2016-01-30 Paus Franciscus, Eerste Heilig Jaaraudiëntie :

Barmhartigheid is « ik geef u wat mij vreugde geeft »
Rome (ZENIT.org)

 

 

Dierbare broeders en zusters,

 

Dag na dag komen wij dichter tot de kern van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid. Met Zijn genade leidt de Heer onze stappen wanneer wij door de Heilige Poort gaan en komt Hij ons tegemoet om altijd met ons te blijven, ondanks onze tekorten en tegenstrijdigheden. Laten wij de nood aan vergeving nooit moe worden, want als wij zwak zijn, maakt Zijn nabijheid ons sterk en kunnen wij ons geloof met meer vreugde beleven.

Ik zou u vandaag de nauwe band tussen barmhartigheid en zending willen tonen. Zoals de heilige Johannes Paulus II in herinnering bracht, “De Kerk leidt een authentiek leven wanneer zij de barmhartigheid belijdt en verkondigt (…) en wanneer zij de mensen bij de bronnen van de barmhartigheid brengt” (Enc. Dives in misericordia, 13). Als christenen hebben wij de verantwoordelijkheid missionarissen van het Evangelie te zijn. Wanneer wij goed nieuws ontvangen of iets mooi meemaken, is het natuurlijk dat wij dit met anderen willen delen. Wij voelen dat wij de vreugde die ons gegeven werd, niet voor ons mogen houden: wij willen ze verspreiden. De opgewekte vreugde is zo groot dat zij ons aanzet tot meedelen.

Dat zou ook zo moeten zijn wanneer wij de Heer ontmoeten: de vreugde van deze ontmoeting, van Zijn barmhartigheid - de barmhartigheid van de Heer meedelen. Of eerder, het concrete teken dat wij Jezus werkelijk ontmoet hebben is de vreugde die wij ervaren om Hem ook aan anderen mee te delen. En dat is geen proselitisme, dat is een geschenk geven: ik geef u wat mij vreugde geeft. Als we het Evangelie lezen, zien we dat dit de ervaring van de eerste leerlingen was: na hun eerste ontmoeting met Jezus, ging Andreas onmiddellijk naar zijn broer Petrus (cf Joh. 1,40-42) en Filippus deed hetzelfde met Nathanaël (cf Joh. 1,45-46). Jezus ontmoeten is Zijn liefde ontmoeten. Deze liefde transformeert ons en helpt ons haar kracht aan anderen door te geven.

In zekere zin zouden wij kunnen zeggen dat vanaf de dag van ons doopsel, aan ieder van ons een nieuwe naam gegeven werd, naast degene die mama en papa ons reeds gaven, en deze naam is “Christoforus”, wij zijn allemaal een “Christoforus”. Wat betekent dat? “Dragers van Christus”. Dat is de naam van onze houding, de houding van iemand die de vreugde van Christus, de barmhartigheid van Christus draagt. Elke christen is een “Christoforus”, dat wil zeggen en Christusdrager!

De barmhartigheid die wij van de Vader ontvangen wordt ons niet gegeven als een private vertroosting, maar maakt ons tot instrumenten zodat ook anderen dezelfde gave kunnen ontvangen. Er bestaat een verbazende kringloop tussen barmhartigheid en zending. Dat wij van barmhartigheid leven, maakt ons tot missionarissen van de barmhartigheid, en het missionaris zijn laat ons steeds meer groeien in Gods barmhartigheid. Laten wij onze identiteit van christen dus ernstig nemen en engageren wij ons om als gelovigen te leven, want alleen zo kan het Evangelie het hart van de mensen raken en het openen voor de genade van de liefde, voor deze grote barmhartigheid van God die iedereen verwelkomt.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap