2015-12-04 Paus Franciscus vertelt over het ontstaan van het Jubeljaar

Rome (ZENIT.org)

 


Paus Franciscus opent de Heilige Deur voor het Jubeljaar van de Barmhartigheid
in de kathedraal van Bangui op 29 november 2015 Public domain 344a66452ba8316dc6182774c6c6f097bd9ea76d58c4c7340fe4cc5630e38832


 

Het verlangen van de Heer om Zijn barmhartigheid te tonen

 

“Wij zien de wapenhandel, de wapenproductie die doodt, het vermoorden van onschuldigen op de wreedste manieren, uitbuiting van mensen, van minderjarigen, van kinderen: wij beleven een heiligschennis tegen de mensheid, omdat de mens heilig is, hij is het beeld van de levende God. Zie, de Vader zegt: stop en komt tot Mij!. Dat is wat ik in de wereld zie, zegt paus Franciscus in een interview met “Credere” (“Geloven”), het officiële tijdschrift van het Jubeljaar van de Barmhartigheid.
“Ik heb gevoeld dat Jezus de deur van Zijn hart wil open zetten, dat de Vader Zijn barmhartig binnenste wil tonen en dat Hij daarom de Geest zendt: om ons in beweging te brengen en door elkaar te schudden. Het is het jaar van de vergeving, het jaar van de verzoening”, zegt de paus.

 

Credere – Welke motie van het hart heeft u aangezet om juist het thema van de barmhartigheid te belichten? Wat is volgens u in de huidige situatie van de wereld en de Kerk dringend nodig?

 

Paus Franciscus – Het thema van de barmhartigheid springt in het leven van de Kerk sterk naar voor sinds Paulus VI. Het is Johannes Paulus II die het nadrukkelijk belichtte met de encycliek Dives in misericordia, de heiligverklaring van zuster Faustina en de instelling van het feest van de Goddelijke Barmhartigheid in het Paasoctaaf. In deze lijn heb ik gevoeld dat de Heer als het ware verlangt om aan de mensen Zijn barmhartigheid te tonen. Het is dus niet iets dat mij voor de geest kwam, maar iets dat een eerder recente traditie opneemt, al heeft zij altijd bestaan. En ik gaf mij rekenschap dat iets diende te gebeuren om deze traditie verder te zetten.
Mijn eerste Angelus als paus, ging over Gods barmhartigheid en bij die gelegenheid heb ik over een boek gesproken over de barmhartigheid dat mij tijdens het conclaaf door kardinaal Walter Kasper aangeboden was; en ook tijdens mijn eerste homilie als paus, op zondag 17 maart, in de parochie van de H. Anna, heb ik over de barmhartigheid gesproken. Het was geen strategie, het kwam vanuit mijn binnenste: de Heilige Geest wil iets. Het is evident dat de wereld van vandaag barmhartigheid, medelijden nodig heeft, dat wil zeggen “mede lijden”. Wij zijn slecht nieuws gewoon, wreed nieuws, de ergste wreedheden die Gods Naam en Leven beledigen. De wereld heeft er nood aan te ontdekken dat God Vader is, dat barmhartigheid bestaat, dat wreedheid niet de weg is, dat veroordeling niet de weg is, omdat de Kerk soms zelf een harde lijn volgt, dat zij in de bekoring valt een harde lijn te volgen, in de bekoring uitsluitend morele normen te benadrukken, maar er zijn zo veel mensen die buiten blijven staan!
Dit Kerkbeeld kwam mij voor de geest: als een veldhospitaal tijdens de strijd; het is de waarheid: hoeveel gekwetste en vernietigde mensen! Gewonden dienen verzorgd te worden, geholpen om te genezen, zonder hen te onderwerpen aan onderzoeken van hun cholesterol. Ik geloof dat wij in de tijd van de barmhartigheid leven. Wij zijn allemaal zondaars, wij dragen allemaal een last van binnen. Ik heb gevoeld dat Jezus de deur van Zijn hart wil open zetten, dat de VaderZijn barmhartig binnenste wil tonen en dat Hij daarom de Geest zendt: om ons in beweging te brengen en door elkaar te schudden. Het is het jaar van de vergeving, het jaar van de verzoening. Enerzijds zien wij de wapenhandel, de wapenproductie die doodt, het vermoorden van onschuldigen op de wreedste manieren, uitbuiting van mensen, van minderjarigen, van kinderen: wij beleven een heiligschennis tegen de mensheid, omdat de mens heilig is, hij is het beeld van de levende God. Zie, de Vader zegt: stop en komt tot Mij! Dat is wat ik in de wereld zie.

 

Credere – Welk belang heeft de Goddelijke Barmhartigheid gekregen op uw weg als priester en bisschop ?

 

Paus Franciscus – Ik ben een zondaar, ik voel mij zondaar, ik ben zeker het te zijn ; ik ben een zondaar die de Heer met erbarmen heeft aangekeken. Ik ben, zoals ik tot de gevangenen in Bolivië zei, een vergeven mens. Ik ben een vergeven mens, God heeft mij met erbarmen aangekeken en Hij heeft mij vergeven. Nu nog bega ik fouten en zonden en ik ga elke twee weken biechten. En als ik biecht is het omdat ik de behoefte heb te voelen dat Gods barmhartigheid nog over mij ligt.
Ik herinner mij – ik heb het al dikwijls gezegd – wanneer de Heer mij barmhartig heeft aangekeken. Ik heb steeds het gevoel gehad dat Hij bijzonder zorg voor mij draagt, maar het belangrijkste ogenblik was op 21 september 1953, toen ik 17 was. Het was in Argentinië het feest van de lente en de studenten en ik zou hem met andere studenten doorbrengen; ik was praktiserend katholiek, ik ging ’s zondags naar de Mis, maar niets meer … ik was in de Katholieke Aktie, maar ik deed niets, ik was slechts een praktiserend katholiek. In de straat die naar het station van Flores loopt, ging ik voorbij de parochiekerk en ik voelde mij gedrongen om binnen te gaan: ik ben naar binnen gegaan en ik zag een priester die ik niet kende.
Op dat moment, ik weet niet wat mij overkwam, maar ik kreeg de behoefte om te biechten, in de eerste biechtstoel links – veel mensen gingen daar bidden. En ik weet niet wat er gebeurd is, ik ben er anders buiten gekomen, veranderd. Ik ben terug naar huis gegaan met de zekerheid dat ik mij aan de Heer moest toewijden en deze priester heeft mij bijna een jaar begeleid. Hij was een priester van Corrientes, don Carlos Benito Duarte Ibarra, die op de pastorij van Flores woonde. Hij had leukemie en werd in de kliniek verzorgd. Het jaar daarop is hij gestorven. Na zijn begrafenis heb ik veel geweend, ik voelde mij helemaal verloren, ik vreesde door de Heer verlaten te worden.
Op dat ogenblik heb ik Gods barmhartigheid ervaren en het is nauw verbonden met mijn bisschopsleuze: 21 september is de dag van de Heilige Matteüs en Beda de Eerbiedwaardige en Jezus keek Matteüs aan, « miserando atque eligendo ». Het is een uitdrukking die niet kan vertaald worden omdat in het Italiaans één van de twee werkwoorden geen gerundium heeft en het Spaans evenmin. De letterlijke vertaling zou zijn “door barmhartig te zijn en te kiezen”, bijna als ambachtelijk werk. “Hij betoont hem barmhartigheid”: dat is de letterlijke vertaling. Wanneer ik jaren later, bij het lezen van het brevier in het Latijn, deze tekst ontdekte, heb ik bemerkt dat de Heer mij ambachtelijk met Zijn barmhartigheid heeft gevormd. Telkens ik naar Rome ging en in de via Scrofa logeerde, ging ik naar de Kerk van de Heilige Lodewijk van de Fransen en bad er voor het schilderij van Caravaggio, de “roeping van de heilige Matteüs”.

 

Credere – Kan het Jubeljaar van de Barmhartigheid een gelegenheid zijn om het moederschap van God te herontdekken? Is er ook een vrouwelijk aspect van de Kerk om tot zijn recht te laten komen?

 

Paus Franciscus – Ja, God zelf zegt het in Jesaja: als een moeder haar kind kan vergeten - zelfs een moeder kan vergeten …  - « Ik vergeet u nooit ». Hier ziet men de moederlijke dimensie van God. Iedereen begrijpt dat moederschap van God niet, het is geen gewone taal – in de goede zin van het woord – het lijkt verheven taal; daarom verkies ik over tederheid te spreken, wat eigen is aan een mama, Gods tederheid, tederheid ontstaat uit het binnenste van een vader. God is vader en moeder.

 

Credere – Een God ontdekken die zich door de mens laat ontroeren en vertederen, kan dat ook onze houding veranderen tegenover onze broeders ?

 

Paus Franciscus – Dit te ontdekken zal ons ertoe brengen een meer verdraagzame houding aan te nemen, geduldiger, meer teder. In 1994, tijdens de synode, heb ik in een bijeenkomst gezegd dat men de revolutie van de tederheid zou moeten invoeren en een synodevader – een goede man, die ik waardeer en met wie ik goed kon omgaan – hij was reeds heel oud, zei me dat men die taal niet diende te gebruiken en hij gaf me als een intelligent man een redelijke uitleg, maar ik blijf zeggen dat de revolutie vandaag die van de tederheid is omdat daaruit de rechtigheid en al het overige voortvloeit.
Als een ondernemer een werknemer in dienst neemt van september tot juli, is dat niet rechtvaardig want dan ontslaat hij hem voor de vakantie in juli om hem daarna opnieuw in dienst te nemen met een nieuw contract van september tot juli en zo heeft de arbeider geen recht op sociale zekerheid. Hij heeft geen recht. De ondernemer toont zijn tederheid niet, maar behandelt hem als een object – dit om een voorbeeld te geven van tekort aan tederheid. Als men zich in de plaats van die arbeider stelt, in plaats van te denken aan zijn eigen zak, om wat meer geld te hebben, dan veranderen de zaken.
De revolutie van de tederheid is wat wij vandaag moeten ontwikkelen als een vrucht van dit Jaar van de Barmhartigheid: Gods tederheid voor ieder van ons. Ieder van ons moet zeggen: ik ben een arme maar zo God houdt van mij; dan moet ook ik op dezelfde manier van de anderen houden.

 

Credere – Het « Gesprek met de maan » van paus Johannes XXIII is het beeld geworden van de Kerk van de tederheid. Hoe zal het thema van de barmhartigheid de christengemeenschappen kunnen helpen om zich te bekeren en te vernieuwen?

 

Paus Franciscus – Wanneer ik zieken, bejaarden zie, is een streling spontaan voor mij. Een streling is een gebaar dat dubbelzinnig kan verstaan worden, maar het is het eerste dat een mama en papa met hun pasgeboren kind doen, het gebaar dat zegt “ik hou van u”, “ik wil dat ge vooruit gaat”.

 

Credere – Welk gebaar wilt u in het Jubeljaar stellen om van Gods barmhartigheid te getuigen ?

 

Paus Franciscus – Er zullen veel gebaren zijn, maar één vrijdag per maand zal ik een ander gebaar stellen.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap