Tweede adventspreek voor de Paus en de leden van de Curie:

 

“Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden”

 

  1. Boodschap voor de Werelddag voor de Vrede

  2. De zaligsprekingen hebben geen logische volgorde. Met uitzondering van de eerste die de toon aangeeft van de andere, kan men ze één voor één ontleden zonder de zin van ieder afzonderlijk in het gedrang te brengen. De boodschap van de paus voor de Werelddag van de Vrede heeft me ertoe gebracht de reflectie over de derde zaligspreking, van de zachtmoedigen, naar een andere gelegenheid te verplaatsen en me nu te wijden aan die over de vredebrengers. Het is inderdaad belangrijk dat deze vredesboodschap die voor heel de wereld bestemd is, instemming zou vinden en zou bemediteerd worden en dat zij vóór alles vrucht zou dragen, hier, onder ons, in het hart van de Kerk. 
    De boodschap van dit jaar is een boodschap van vrede op grote schaal; het gaat van het persoonlijke vlak naar de meest uitgestrekte domeinen van de politiek, economie, ecologie en internationale organismen. Verschillende domeinen, maar verenigd door de aandacht die zij besteden aan één fundamenteel thema: de mens, zoals de titel van de boodschap luidt: “De mens, hart van de vrede”.
    De fundamentele verklaring die in deze boodschap vervat is, biedt een leessleutel voor het geheel; daarin wordt gezegd: “Vrede is terzelfdertijd een gave en een opgave. Als het waar is dat vrede tussen enkelingen en volken - de bekwaamheid om met anderen te leven door relaties van rechtvaardigheid en solidariteit te smeden - een engagement veronderstelt dat geen respijt kent, dan is het eveneens waar en zelfs nog méér waar, dat vrede een gave Gods is. Vrede is namelijk een eigenschap van het Goddelijke handelen, die zich zowel in de schepping van een geordend en harmonieus heelal manifesteert als in de verlossing van de mensheid die er nood aan heeft vrijgekocht te worden van de wanorde der zonde. Schepping en verlossing geven dus de leessleutel om de betekenis van ons aardse bestaan te vatten” (nr.3). 
    Deze woorden helpen ons de zaligspreking te begrijpen, “zalig die vrede brengen”, die op haar beurt een bijzonder licht werpt op deze woorden. Het naderen van Kerstmis geeft een bijzondere toon, een liturgische toon, aan onze overweging. In de Kerstnacht horen wij de woorden van de engelenzang: “op aarde vrede onder de mensen in wie Hij (de Heer) welbehagen heeft”, wat niet wil zeggen: dat er vrede zij, maar dat er vrede is. Het gaat dus niet om een wens maar om de aankondiging: “het Kerstmis van de Hee”r, zei de heilige Leo de Grote, “is het Kerstmis van de vrede”: “Natalis Domini natalis est pacis”.

     

  3. Wie zij de vredebrengers?

  4. De zevende zaligspreking zegt ons:“zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden”. Samen met die over de barmhartigen, is deze zaligspreking de enige die niet alleen een manier van (arm, bedroefd, zachtmoedig, zuiver van hart) “zijn” suggereert, maar ook wat men moet “doen”. De term “eirenopoioi” verwijst naar hen die aan de vrede werken, zij die vrede brengen. Niet zozeer in de zin dat zij zich met hun vijanden verzoenen maar dat zij ertoe bijdragen dat vijanden zich met elkaar verzoenen. “Het zijn mensen die werkelijk van de vrede houden, zelfs als ze daarmee hun eigen persoonlijke vrede op het spel zetten; mensen die tussenkomen bij conflicten om vrede te bekomen en de verstandhouding te herstellen tussen hen die verdeeld zijn”.
    “Bewerkers van vrede” is dus geen synoniem van “vredelievende mensen”, namelijk rustige personen die zoveel mogelijk geschillen vermijden (deze laatsten worden zalig genoemd in een andere zaligspreking, die van de zachtmoedigen). Het is ook geen synoniem van “pacifisten”, als men onder pacifist verstaat: iemand die tegen de oorlog is, of partij kiest tegen de ene of andere oorlogvoerende partij, zonder ooit iets te ondernemen om verzoening tot stand te brengen. De meest correcte term is “vredemaker”.
    Ten tijde van het Nieuwe Testament waren het de heersers, meer bepaald de Romeinse keizer, die men vredemaker noemde. Dat hij de vrede in de wereld hersteld had door zijn militaire overwinningen, verkondigde keizer Augustus met het inschrift “parta victoriis pax” bovenop zijn bouwwerken, en hij liet in Rome het bekende “Ara Pacis” bouwen, het altaar van de vrede. De evangelische zaligspreking wil zich tegenover deze aanmatiging opstellen en ons zeggen wie de ware bewerkers zijn van de vrede en hoe deze vrede kan bevorderd worden: niet door de vijand, maar de vijandschap te vernietigen, zoals Jezus deed op het kruis (Ef. 2).
    In onze dagen zijn de meesten echter van mening dat de zaligspreking moet gelezen worden, rekening houdend met de Bijbel en de bronnen van het judaïsme, volgens dewelke het één van de hoofdwerken van barmhartigheid is, mensen die met elkaar in conflict zijn, te helpen zich te verzoenen. Christus bevestigt dat de zaligspreking van degenen die vrede brengen, voortvloeit uit het nieuwe gebod van de broederliefde; zij is een manier om de naastenliefde tot uiting te brengen.
    In die zin zou men zeggen dat zij de zaligspreking bij uitstek is van de Kerk te Rome en haar bisschop. Eén van de waardevolste diensten van de paus aan de christenheid, was steeds de bevordering van de vrede tussen de verschillende Kerken en in bepaalde tijden, ook tussen christelijke prinsen. De eerste apostolische brief van een paus, die van de heilige Clemens I, geschreven rond het jaar 96 (misschien nog vóór het vierde Evangelie), werd geschreven om de vrede te herstellen in de Kerk van Korinte die verscheurd was door onenigheid. Het is een dienst die men niet kan doen, zonder een zekere koninklijke macht om recht te spreken. Om te begrijpen hoe belangrijk deze dienst is, volstaat het te zien welke moeilijkheden opduiken wanneer hij ontbreekt.
    De Kerkgeschiedenis is rijk aan voorvallen waarbij locale Kerken, bisschoppen of abten, die het met elkaar of met hun kudde oneens zijn, hun toevlucht nemen tot de paus als scheidsrechter voor de vrede. Ik ben ervan overtuigd dat het ook vandaag één van de meest voorkomende diensten is, ook al is het één van de minst gekende, die aan de wereldkerk betoond wordt. De Vaticaanse diplomatie en de apostolische nuntiussen vinden hun rechtvaardiging eveneens in het feit instrumenten te zijn in dienst aan de vrede.

     

  5. Vrede als een gave

  6. Doch de ware en hoogste vredebrenger is niet de mens, maar God zelf. Juist om die reden, worden zij die voor de vrede werken, “kinderen van God” genoemd: omdat ze op Hem gelijken, omdat ze Hem nadoen, omdat zij doen wat Hij doet. De boodschap van de paus zegt, dat de vrede kenmerkend is voor Gods handelen in de schepping en de verlossing, dus zowel in het handelen van God als in het handelen van Christus.
    De Schrift spreekt over de “vrede van God” (Fil. 4,7) en meer nog over de “God van vrede” (Rom. 15,33). Vrede wijst hier niet alleen op wat God doet of geeft, maar ook op wat God is. Vrede is wat in God heerst. Bijna alle godsdiensten die uit de Bijbel ontstaan zijn, kennen goddelijke werelden die leven van interne conflicten. De kosmogonische mythes van Babylon en Griekenland kennen godheden die onderling oorlog voeren. In de christelijke ketterse gnose is er noch eenheid noch vrede tussen de hemelse eonen, en het bestaan van de materiële wereld zou juist het resultaat zijn van een ongeluk of onenigheid in de hogere wereld. 
    Op deze godsdienstige achtergrond kan men de nieuwigheid en het absolute verschil begrijpen van de leer over de Drieëenheid, als een volmaakte eenheid in liefde tussen een verscheidenheid van Personen. In één van haar hymnen noemt de Kerk de Drieëenheid, “oceaan van vrede” en dat is meer dan een dichterlijke uitspraak. Wat het meest treft als men de icoon van de Drieëenheid van Roublev aanschouwt, is het gevoel van bovennatuurlijke vrede die ervan uitgaat. De schilder is erin geslaagd, het devies van de heilige Sergius van Radonej uit te beelden, voor het klooster waarvoor de icoon diende: “De hatelijke onenigheid van deze wereld overwinnen door de Allerheiligste Drieëenheid te aanschouwen”.
    Pseudo-Dyonisius de Areopagiet heeft deze vrede, die van de overkant van de geschiedenis komt, het best bezongen. Voor hem is de vrede één van de “namen van God”, op dezelfde hoogte als de liefde. Van Christus wordt eveneens gezegd dat Hij onze vrede is (Ef. 2,14-17). Wanneer Hij zegt: “Ik geef u Mijn vrede”, geeft Hij ons wat Hij is. 
    Er bestaat een onlosmakelijke band tussen de vrede als gave vanuit den hoge en de Heilige Geest; het is niet zonder reden dat beide voorgesteld worden door het symbool van de duif. Op Paasavond gaf Jezus aan Zijn leerlingen, bijna in één adem, de vrede en de Heilige Geest: ‘Vrede zij u! ... Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvangt de heilige Geest’ (Joh. 20,21-22). De vrede, zegt de heilige Paulus, is een “vrucht van de Geest” (Gal. 5,22). 
    Men kan nu begrijpen wat het betekent bewerker van vrede te zijn. Het gaat er niet om vrede uit te vinden of te scheppen, maar haar door te geven, de vrede van God en de vrede van Christus “die alle begrip te boven gaat”. “Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus” (Rom. 1,7): dat is de vrede die de apostel doorgeeft aan de christenen van Rome.
    Wij moeten noch kunnen bron van vrede zijn, wij zijn slechts “kanalen” voor de vrede. Het gebed dat aan de heilige Franciscus van Assisië toegeschreven wordt, drukt het perfect uit: “Heer, maak van mij een instrument van Uw vrede”, hetgeen de Engelsen zeer juist vertalen door: maak van mij een kanaal van Uw vrede, “make me a channel of your peace”.
    Maar wat is de vrede waarover we spreken? De definitie die de heilige Augustinus ervan geeft is klassiek geworden: “vrede is de rust van de orde”. Zich op deze definitie baserend, zal de heilige Thomas eraan toevoegen dat er in de mens drie soorten van orde bestaan: met zichzelf, met God en met zijn naaste; en dat er bijgevolg drie soorten van vrede zijn: de innerlijke vrede die de mens toelaat in vrede te zijn met zichzelf; de vrede die hem toelaat in vrede te zijn met God, volledig onderworpen aan Zijn beschikkingen, en de vrede met betrekking tot de naaste, waardoor hij in vrede leeft met heel de wereld.
    In de Bijbel gaat het woord “shalom” dat vrede betekent, echter verder dan alleen de rust van de orde. Het verwijst eveneens naar welzijn, rust, veiligheid, sukses, heerlijkheid. Soms verwijst het zelfs naar de geheel van de messiaanse gaven en is het synoniem van heil en goed: “Hoe welkom zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, van de vreugdebode met goed bericht” (Jes. 52,7). Het nieuwe verbond wordt “verbond van vrede” genoemd (Ez. 37,26), het Evangelie “evangelie van de vrede” (Ef. 6,15), alsof dit woord “vrede” de hele inhoud samenvat van het Verbond en het Evangelie.
    In het Oude Testament gaat het woord “vrede” dikwijls gepaard met het woord “gerechtigheid”: “gerechtigheid en vrede - zij kussen elkaar” (Ps. 85,11) en in het Nieuwe Testament met het woord “genade”. Wanneer de heilige Paulus schrijft: “gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer” (Rom. 5,1), is het duidelijk dat de uitdrukking “in vrede met God” dezelfde kernachtige betekenis heeft als de uitdrukking “in de genade van God”.

     

  7. Vrede als een opdracht

  8. De boodschap van de paus zegt echter dat vrede niet alleen een gave maar ook een opgave is. En het is over vrede als opdracht, dat de zaligspreking over de vredebrengers het in de eerste plaats heeft. 
    Voorwaarde om een kanaal van vrede te zijn, is verenigd te blijven met de bron van de vrede, die Gods wil is: “in Zijn wil ligt onze vrede”, laat Dante door een ziel in het vagevuur zeggen. Het geheim van de innerlijke vrede is de totale en steeds hernieuwde overgave aan Gods wil. Om deze vrede te bewaren of te hervinden, is het nuttig dikwijls innerlijk met de heilige Theresia van Avila te zeggen “dat niets u verstore, niets u beangstige, alles gaat voorbij, God verandert niet, geduld verdraagt alles, wie in God gelooft, komt niets tekort, God alleen volstaat”. 
    De vermaningen van de apostelen zijn rijk aan practische aanwijzingen voor wat de vrede bevordert of hindert. Eén van de meest bekende passages is die uit de brief van Jakobus: “Want waar naijver en eerzucht heersen, daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken. De wijsheid van omhoog is vóór alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht. Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.” (Jak. 3,16-18). 
    Iedere inspanning om vrede te bewerken, moet vertrekken vanuit dit zeer persoonlijke terrein. Vrede is als het kielzog van een schoon schip dat uitdeint tot in het oneindige, maar als een punt begint, en het punt is in dit geval het hart van de mens. De boodschap van Johannes Paulus II op de Werelddag voor de Vrede van 1984, droeg als titel: “Vrede wordt geboren in een nieuw hart”. 
    Doch het is niet op dit persoonlijke vlak dat ik de nadruk zou willen leggen. Een nieuw, moeilijk en dringend werkterrein voor hen die vrede brengen, opent zich vandaag: vrede tussen de godsdiensten en vrede met de godsdienst, ‘t is te zeggen zowel de godsdiensten onderling als de gelovigen van de verschillende godsdiensten met de ongelovige wereld van de leken. De boodschap van de paus wijdt een paragraaf aan de moeilijkheden die men op dit vlak ontmoet. Hij zegt: 
    “Wat de vrije uiting van het geloof betreft, ligt een ander zorgwekkend symptoom van het gebrek aan vrede in de wereld, in de moeilijkheden die zowel christenen als gelovigen van andere godsdiensten ervaren om hun religieuze overtuiging openlijk en vrij te belijden. ... Er zijn regimes die iedereen één enkele religie opleggen terwijl onverschillige regimes geen gewelddadige vervolging voeren maar een systematische culturele bespotting van het geloof. In al deze gevallen wordt een fundamenteel mensenrecht niet geëerbiedigd, wat een ernstige bedreiging is voor een vreedzame samenleving. Dat kan alleen een negatieve mentaliteit en cultuur met zich meebrengen ten overstaan van de vrede.” (nr. 5) 
    Wij hebben juist in deze dagen een voorbeeld van deze culturele verscheurdheid tussen de geloofsovertuigingen of ten minste van de poging om die overtuigingen te marginaliseren, met de campagne die in verschillende landen en steden van Europa georganiseerd werd tegen religieuze kerstsymbolen. Dikwijls geeft men als voorwendsel, personen van andere godsdiensten die onder ons leven, vooral moslims, niet te willen beledigen. Maar in werkelijkheid is het een zekere laïcistische wereld en niet de islamitische, die deze symbolen weigert. Moslims hebben niets tegen het christelijke Kerstmis, dat zij trouwens zelf in ere houden. 
    We zijn in een absurde situatie terechtgekomen waarin talrijke moslims de geboorte van Jezus vieren, een kerststal in hun huis willen en zelfs zeggen dat “wie niet in de wonderbare geboorte van Jezus gelooft, geen moslim is”, en waarin anderzijds bepaalde mensen die zich christen noemen, van Kerstmis louter een winterfeest maken dat bevolkt is met pluchen rendieren en beren. 
    In de Koran staat een “sourate” gewijd aan de geboorte van Jezus, die men zou moeten kennen, ook om de dialoog en de vriendschap tussen de godsdiensten te bevorderen. Zij zegt: “45. (Herinner u) als de Engelen zullen zeggen: “o Maria, kijk, Allah verkondigt u een woord van Zijnentwege: zijn naam zal “al-Masih”, “Hissa”, zoon van Maria zijn, hier beneden even beroemd als ginder boven” ... 46. Hij zal tot de mensen spreken, in de wieg en op rijpe leeftijd en hij zal behoren tot de goeden”. 47. - Zij zegt: “Heer! Hoe zal ik een kind hebben, terwijl geen man mij aangeraakt heeft?” - “Zo zij het!” zegt Hij. Allah schept wat Hij wil. Als Hij iets beslist, zegt Hij slechts: “Wees er”; en dadelijk is het er”. 
    In de televisie-uitzending die deeluitmaakt van de reeks over het zondagsevangelie, “Naar Zijn beeld”, dat morgenavond zal uitgezonden worden door Rai Uno, vroeg ik aan een islamitische broeder of hij deze passage zelf wou lezen, wat hij graag deed. Hij zei gelukkig te zijn dat hij daarmee kon bijdragen om een misverstand uit de weg te ruimen dat, zo zei hij, schade doet aan gelovige moslims zelf, die er hun voordeel willen mee halen. 
    De reden om de dialoog tussen de godsdiensten toe te laten, is niet alleen op opportuniteit gebaseerd maar ook op een degelijke theologische basis, nl. dat “dat wij allen één God hebben”, zoals de Heilige Vader in herinnering bracht bij zijn bezoek aan de blauwe moskee van Istanbul. Van deze waarheid gaat eveneens de heilige Paulus uit in zijn redevoering op de areopaag van Athene (cfr. Hand. 17,28). 
    Subjectief gezien, hebben wij verschillende ideeën over Hem. Voor ons christenen, is God “de Vader van Onze Heer Jezus Christus” die men alleen maar ten volle kan kennen “door Hem”, maar objectief gezien weten wij goed dat er slechts één God kan bestaan. Er is “slechts één God en vader van allen, die boven allen is, met en in allen” (Ef. 4,6). 
    Ons geloof in de Heilige Geest is eveneens een theologisch fundament voor dialoog. Als Geest van de verlossing, Geest van Christus en van de genade, is Hij de band van de vrede tussen de gedoopten van de verschillende christelijke belijdenissen; als Geest van de schepping, “Spiritus creator”, is Hij een band van vrede tussen de gelovigen van alle godsdiensten en zelfs tussen alle mensen van goede wil. “Iedere waarheid, wie ze ook uitgesproken heeft”, zo schreef de heilige Thomas van Aquino, “komt van de Heilige Geest”. 
    Niettemin, zoals deze Geest Schepper op Christus gericht was in de teksten van de profeten van het Oude Testament (1 Petr. 1,11), geloven wij dat, op een manier die God alleen kent, Hij vandaag door Zijn werking en buiten de Kerk, op Christus en Zijn paasmysterie gericht is. Zoals de Zoon niets doet zonder de Vader, zo doet de Heilige Geest niets zonder de Zoon. 
    De recente reis van de Heilige Vader in Turkije stond helemaal ten dienste van de godsdienstvrede, en zij is vruchtbaar gebleken, zoals alles dat ontstaat onder het teken van het kruis: vrede tussen de christelijke Kerk van het oosten en die van het westen, vrede tussen christendom en islam. “Dit bezoek zal ons helpen om samen de middelen en de wegen van de vrede te vinden voor het welzijn van de mensheid”, was de commentaar van de Heilige Vader ter gelegenheid van het stille gebed in de blauwe moskee.

     

  9. Vrede zonder godsdiensten?

  10. Om de waarheid te zeggen, het geseculariseerde westen wenst een ander soort godsdienstvrede, één die het gevolg is van het verdwijnen van iedere godsdienst. 
    Stel u voor dat het paradijs niet bestaat,/ het is gemakkelijk, probeer maar./ Geen hel onder ons,/ niets anders dan de hemel boven ons. 
    Stel u alle mensen voor,/ die leven voor vandaag,/ stel u voor dat er geen landen zijn./ Het is niet moeilijk./ Niets om voor te doden of te sterven en/ geen enkele godsdienst meer. 
    Stel u alle mensen voor,/ die hun leven leiden in vrede./ Ge moogt zeggen dat ik een dromer ben./ Maar ik ben niet de enige./ Ik hoop dat gij u ooit bij ons zult aansluiten/ en de wereld zal één zijn.

    Dit lied, geschreven door één van de grootste idolen van de moderne lichte muziek, op een strelende melodie, is een soort van burgermanifest van het pacifisme geworden. Als het werkelijkheid zou worden, dan zou de hier gewenste wereld de armste, lelijkste zijn die men zich kan indenken; een platte wereld, waarin ieder onderscheid vernietigd is, waarin de mensheid bestemd is om mekaar onderling te verscheuren en niet om in vrede te leven, want zoals René Girard onderlijnde, daar waar iedereen hetzelfde wil, ontketent het “verlangen naar mimicry1 ” zich en daarmee ook rivaliteit en oorlog.

    Wij, gelovigen, wij kunnen ons niet laten gaan aan wrok en polemiek, zelfs niet met de geseculariseerde wereld. Naast de dialoog en de vrede tussen de godsdiensten, is een ander objectief aan het verschijnen voor hen die aan de vrede werken: vrede tussen gelovigen en ongelovigen, tussen de godsdiensten en de geseculariseerde wereld die onverschillig of vijandig staat tegenover de godsdienst.

    Dat zal een andere proefbank zijn: met beslistheid rekenschap geven van de hoop die in ons leeft, maar zoals de brief van Petrus het zegt, en zoals zijn huidige opvolger er het voorbeeld van geeft, “met zachtmoedigheid en gepaste eerbied” (1 Petr. 3,15-16). Eerbied betekent in dit geval niet “menselijk opzicht”, Jezus verborgen houden om geen reacties uit te lokken. Het is de eerbied voor een innerlijkheid, die God alleen kent, die niemand geweld mag aandoen, die niet mag verplicht worden te veranderen. Het is niet, Jezus tussen haakjes zetten maar Jezus en het Evangelie zichtbaar maken door zijn leven. Wij drukken alleen de wens uit dat christenen met een gelijkaardig respect zouden behandeld worden, een respect dat tot op heden helaas dikwijls afwezig geweest is. 
    Wij eindigen met een gedachte aan Kerstmis. Een oud vers uit de lezingendienst van Kerstmis zei: “Hodie nobis de caelo pax vera descendit. Hodie per totum mundum melliflui facti sunt caeli” - “Vandaag is voor ons uit de hemel de ware vrede neergedaald. Vandaag laat de hemel honing neervloeien op de wereld.” 
    Hoe aan de Vader de oneindige gave teruggeven die Hij de wereld gaf in Zijn enige Zoon? Een flater die we met Kerstmis niet mogen doen, is een geschenk te recycleren en aan te bieden aan degene die het ons gegeven heeft. Wel, met God is het onmogelijk deze flater voortdurend te begaan! De enig mogelijke bedanking is de Eucharistie: de Vader opnieuw Jezus, aanbieden, Zijn Zoon, die onze Broeder geworden is. 
    En wat zullen wij Jezus aanbieden? Een tekst uit de oosterse liturgie van Kerstmis zegt: “Wat kunnen wij U aanbieden, o Christus, omdat Gij mens geworden zijt op aarde? Elk schepsel brengt u het teken van zijn dankbaarheid: de engelen hun lied, de hemel zijn sterren, de aarde een grot, de woestijn een kribbe. Maar wij, wij bieden u een maagdelijke Moeder aan!”

    Heilige Vader, eerwaarde heren, broeders en zusters: dank u voor uw geduldig luisteren en zalig Kerstmis!