2014-01-08 Houd de herinnering aan uw doopsel levendig!

 

Audiëntie

 

Rome (ZENIT.org)

 

 

De paus nodigt de christen uit “de herinnering aan zijn doopsel levendig te houden” zodat het geen “gebeurtenis uit het verleden” is “zonder enige weerslag op het heden” maar dat het “alle dagen” beleefd wordt “als een actuele realiteit van het bestaan”.
Voor de eerste algemene audiëntie van het jaar 2014, is paus Franciscus een catechesereeks begonnen over de sacramenten, vooreerst het doopsel. Het doopsel dompelt de mens onder “in deze onuitputtelijke levensbron die Jezus’ dood is, de grootste liefdesdaad in heel de geschiedenis”.
“Een daad die het bestaan ten diepste raakt. Een gedoopt of ongedoopt kind, is niet hetzelfde. Het is niet hetzelfde, een gedoopte of ongedoopte”, benadrukt hij.

 

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

 

Wij beginnen vandaag een catechesereeks over de sacramenten en het eerste is het doopsel. Door een gelukkige samenloop van omstandigheden vieren wij volgende zondag het feest van de Doop van Jezus.

  1. 1. Het doopsel is het sacrament waarop ons geloof gefundeerd is en dat ons als levend lidmaat op Jezus en Zijn Kerk ent. Met de Eucharistie en het Vormsel vormt het wat men “de christelijke initiatie” noemt: een groot en uniek sacramenteel gebeuren dat ons gelijkvormig maakt aan de Heer en tot een levend teken van Zijn aanwezigheid en liefde. Maar we kunnen ons afvragen: is het doopsel echt nodig om als christen te leven en Jezus te volgen? Is het in de grond niet gewoon een ritus, een formaliteit van de Kerk om aan het jongentje of meisje een naam te geven? Een vraag die men kan stellen. Wat de apostel Paulus hierover schrijft, is verhelderend: “Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden” (Rom. 6,3-4). Het is dus geen formaliteit! Het is een handeling die ons bestaan ten diepste raakt. Een gedoopt of ongedoopt kind, is niet hetzelfde. Het is niet hetzelfde, een gedoopte of ongedoopte. Door het doopsel worden wij ondergedompeld in die onuitputtelijke levensbron die Jezus’ dood is, de grootste liefdesdaad in heel de geschiedenis; en dank zij deze liefde kunnen wij een nieuw leven leiden, niet meer overgeleverd aan het kwaad, aan zonde en dood, maar aan de gemeenschap met God en onze broeders.
  2.  

  3. 2. Velen onder ons hebben niet de minste herinnering aan dit sacrament en dat is normaal wanneer we kort na onze geboorte gedoopt werden. Ik heb deze vraag reeds twee of drie keer gesteld: dat zij die zich de datum van hun doopsel herinneren, de hand opsteken. Het is belangrijk de dag te kennen waarin ik in deze heilsstroom van Jezus ondergedompeld werd. Zoek vandaag bij u thuis, of vraag naar de datum van uw doopsel om de zo mooie dag van uw doopsel goed te kennen. De datum van ons doopsel kennen, is een zalige datum kennen. Als men hem niet kent, loopt men het gevaar het besef te verliezen van wat de Heer in ons gedaan heeft, van de gave die wij ontvangen hebben. Uiteindelijk zullen we het gewoon als een gebeurtenis uit het verleden beschouwen – en zelfs niet uit eigen wil maar door die van onze ouders – en zal het dus geen enkele weerslag hebben op het heden. We moeten de herinnering aan ons doopsel levendig houden. We zijn geroepen ons doopsel alle dagen te beleven, als een actuele werkelijkheid van ons bestaan. Als wij erin slagen Jezus te volgen en in de Kerk te blijven, ondanks onze beperkingen, kwetsbaarheid en zonden, is het juist dank zij dit sacrament waarin wij een nieuw schepsel geworden zijn en ons met Christus bekleed hebben. Het is namelijk krachtens het doopsel dat wij, bevrijd van de erfzonde, geënt zijn op de relatie van Jezus met God de Vader, dat wij drager zijn van een nieuwe hoop, want het doopsel geeft ons deze nieuwe hoop: de hoop op de weg van het heil, heel ons leven. En niets of niemand kan deze hoop doven, want hoop stelt nooit teleur. Herinner u: hoop in de Heer stelt nooit teleur. Dank zij het doopsel zijn wij in staat te vergeven en lief te hebben zelfs degenen die ons beledigen en kwaad doen, dank zij het doopsel komen wij ertoe in de laatsten en armen het gelaat van de Heer te herkennen die ons bezoekt en nabij komt. Het doopsel helpt ons het gelaat van de Heer te herkennen in behoeftige, lijdende mensen en in onze naaste. Dat is allemaal mogelijk krachtens het doopsel!
  4. 3. Een laatste belangrijk element. Ik stel de vraag: kan men zichzelf dopen? Niemand kan zichzelf dopen! Niemand. We kunnen het vragen, het verlangen, maar wij hebben altijd iemand nodig die ons dit sacrament in de naam van de Heer toedient want het doopsel is een gave binnen een context van toewijding en broederlijkheid. In de geschiedenis is het altijd een persoon die een andere doopt, de ene doopt de andere … het is een ketting, een ketting van genade. Maar ik, ik kan mij niet op m’n eentje dopen; ik moet het doopsel aan een ander vragen. Het is een broederlijke handeling, een handeling van kindschap ten overstaan van de Kerk, die als een moeder nieuwe kinderen blijft baren in Christus, in de vruchtbaarheid van de Heilige Geest. Vragen wij dan uit heel ons hart aan de Heer om in ons dagelijks leven steeds meer de genade te mogen ervaren die wij in het doopsel gekregen hebben. Mogen onze broeders ware kinderen van God ontmoeten wanneer ze ons ontmoeten, ware broeders en zusters van Jezus Christus, ware leden van de Kerk. En vergeet vandaag uw taak niet: de datum van uw doopsel zoeken of vragen. Zoals ik de datum van mijn geboorte ken, moet ik ook de datum van mijn doopsel kennen want het is een feestdag.

 

 

Vert. Maranatha-gemeenschap