2014-01-13 Paus Franciscus. Audiëntie voor het Diplomatencorps geaccrediteerd bij de H. Stoel

God vergeeft altijd, de mens soms, de natuur nooit
Rome (ZENIT.org)

 

“God vergeeft altijd, wij vergeven soms, de natuur – de schepping – vergeeft nooit wanneer zij mishandeld wordt!”: paus Franciscus roept bij de traditionele uitwisseling van de nieuwjaarswensen, het Diplomatencorps opnieuw op tot respect voor de schepping, meer bepaald om natuurrampen te voorkomen die talrijke slachtoffers maken.

De paus centreerde zijn toespraak op de vrede en citeerde uit zijn boodschap voor de Werelddag voor de Vrede (1 januari 2014), “Broederlijkheid, fundament van en weg naar vrede”, en ook op deze woorden van Paulus VI: vrede “beperkt zich niet tot afwezigheid van oorlog, resultaat van een altijd broos evenwicht tussen de machten. Zij wordt dag na dag opgebouwd, door het nastreven van een door God gewilde orde die meer rechtvaardigheid meebrengt onder de mensen”.

 

Eminentie, Excellenties, Dames en Heren,

Een reeds lang ingewortelde traditie wil dat de paus bij het begin van elk nieuw jaar, het Diplomatencorps ontmoet dat bij de Heilige Stoel geaccrediteerd is, om zijn nieuwjaarswensen aan te bieden en enkele gedachten te wisselen die vooral uit zijn herderlijk hart opwellen, dat aandacht heeft voor de vreugde en het leed van de mensheid. Onze ontmoeting vandaag is dus een reden tot  grote vreugde. Zij laat mij toe u, uw familie, de Autoriteiten en volken die u vertegenwoordigt, persoonlijk mijn meest oprechte wensen over te maken voor een jaar dat rijk is aan zegen en vrede.
Ik dank vooreerst de Deken, Jean-Claude Michel, voor de blijken van genegenheid en waardering die uw Naties met de Apostolische Stoel verbinden en die hij in uw aller naam uitsprak. Het is mijn vreugde u hier zo talrijk te ontvangen, na onze eerste ontmoeting enkele dagen na mijn verkiezing. Sindsdien werden een groot aantal nieuwe ambassadeurs geaccrediteerd en ik heet hen opnieuw welkom. Anderzijds kan ik, evenals uw Deken, niet nalaten de betreurde ambassadeur Alejandro Valladares Lanza, te vernoemen, die zelf meerdere jaren deken was van het Diplomatencorps en die de Heer enkele maanden geleden tot zich geroepen heeft.

Het jaar dat ten einde is was bijzonder rijk aan gebeurtenissen, niet alleen in het leven van de Kerk maar ook in het kader van de betrekkingen die de Heilige Stoel met Staten en internationale Organisaties onderhoudt. Ik denk in het bijzonder aan de diplomatieke relaties die aangeknoopt werden met Zuid-Soedan, de ondertekening van basisakkoorden of meer specifieke akkoorden met Cap Verde, Hongarije en Tsjaad, en de ratificatie van het akkoord met Equatoriaal Guinea, getekend in 2012. Ook op regionaal vlak heeft de aanwezigheid van de Heilige Stoel zich uitgebreid: in Midden Amerika waar hij extraregionale waarnemer geworden is bij het Zuid-Amerikaanse Integratiesysteem, evenals in Afrika met de accreditatie van de eerste permanente waarnemer bij de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse landen.

In de boodschap voor de Werelddag voor de Vrede, gewijd aan broederlijkheid als fundament en weg naar vrede, heb ik benadrukt dat men broederlijkheid gewoonlijk begint te leren in de schoot van het gezin wiens roeping het is de wereld door liefde te winnen en bij te dragen tot deze geest van dienstbaarheid en mededeelzaamheid die de vrede opbouwt. Dat vertelt ons de kribbe waar wij de Heilige Familie zien, niet op haar eentje en afgescheiden van de wereld, maar omgeven door herders en wijzen, namelijk een open gemeenschap, waarin plaats is voor iedereen, armen en rijken, mensen dichtbij en veraf. Zo begrijpt men de woorden van mijn veelgeliefde voorganger Benedictus XVI die onderlijnde hoezeer “de woordenschat van het gezin een woordenschat van vrede is”.
Helaas, doet zich dikwijls iets anders voor, want het aantal verdeelde en gescheiden gezinnen neemt toe, niet alleen door het zwakke besef dat de huidige wereld heeft van samenhorigheidsgevoel, maar ook door de moeilijke omstandigheden waarin velen gedwongen zijn te leven, zodanig dat zelfs overlevingsmiddelen ontbreken. Bijgevolg is een geschikte politiek nodig die het gezin steunt, begunstigt en versterkt!

Het komt bovendien voor dat bejaarden als een last beschouwd worden, terwijl jongeren geen zekere levensvooruitzichten hebben. Bejaarden en jongeren zijn daarentegen de hoop van de mensheid. De eersten dragen de wijsheid van de ervaring bij; de tweeden stellen ons open voor de toekomst zodat wij ons niet in onszelf opsluiten. Het is wijs bejaarde mensen niet uit te sluiten van het sociale leven om het geheugen van een volk levendig te houden. En het is eveneens goed in jongeren te investeren, met aangepaste initiatieven die hen helpen werk te vinden en een huisgezin te stichten. Men mag hun enthousiasme niet doven! Ik bewaar de ervaring van de 28e Wereldjongerendag in Rio de Janeiro levendig in mijn geest. Hoeveel gelukkige jongeren heb ik kunnen ontmoeten! Hoeveel hoop en verwachting in hun ogen en gebeden! Welke dorst naar leven en verlangen zich voor anderen open te stellen! Beslotenheid en afzondering scheppen altijd een beklemmende en zwaarwegende sfeer, die vroeg of laat bedroefd maakt en verstikt. Een engagement waar iedereen aan deelneemt, bevordert daarentegen een cultuur van ontmoeting want alleen wie naar de anderen kan gaan, kan vrucht dragen, banden scheppen van gemeenschap, vreugde uitstralen, vrede opbouwen.

De beelden van vernieling en dood die wij dit voorbije jaar voor ogen kregen, bevestigen het - voor zover dat nodig was. Hoeveel leed, hoeveel wanhoop omwille van die beslotenheid op zichzelf, die geleidelijk het beeld krijgt van jaloezie, egoïsme, rivaliteit, honger naar macht en geld! Het lijkt soms dat die realiteiten bestemd zijn om te overheersen. Kerstmis legt daarentegen de zekerheid in ons dat het laatsteen definitieve woord aan de Prins van de Vrede toekomt, dat « zwaarden in ploegscharen verandert en speren in sikkels” (Jes. 2,4), dat egoïsme verandert in zelfgave en wraak in vergeving.
Met dat vertrouwen wens ik te kijken naar het jaar dat voor ons ligt. Ik blijf dus hopen dat het conflict in Syrië uiteindelijk zal ophouden. De zorg voor deze dierbare bevolking en het verlangen om het geweld te bezweren, hebben mij ertoe gebracht in september laatstleden een dag van gebed en vasten af te roepen. Langs u dank ik ten diepste de vele openbare Autoriteiten en mensen van goede wil, die zich in uw landen met dit initiatief geassocieerd hebben. Nu is er nieuwe, gezamenlijke politieke moed nodig om een einde te maken aan het conflict. In dat perspectief wens ik dat de Genève 2 – conferentie, samengeroepen voor 22 januari aanstaande, een begin wordt van de weg naar pacificatie. Tegelijk kan een totaal respect voor de humanitaire rechten niet omzeild worden. Het is onaanvaardbaar dat de weerloze burgerbevolking, vooral kinderen, getroffen wordt. Bovendien moedig ik iedereen aan, op alle mogelijke manieren de noodzakelijke en dringende bijstand in de hand te werken en te waarborgen aan een groot deel van de bevolking, zonder de lovenswaardige inspanning te vergeten van de landen, vooral Libanon en Jordanië, die vele Syrische vluchtelingen edelmoedig op hun grondgebied opgenomen hebben.

Nog steeds in het Midden Oosten, stel ik met zorg de spanningen vast die het gebied op verschillende manieren teisteren. Met bijzondere bezorgdheid kijk ik naar de aanhoudende politieke moeilijkheden in Libanon waar een klimaat van nieuwe samenwerking tussen de verschillende instanties van de burgerlijke samenleving en de politieke krachten meer dan ooit onmisbaar is om een escalatie van de tegenstellingen te vermijden, die de stabiliteit van het land kunnen ondermijnen. Ik denk ook aan Egypte, dat sociale overeenstemming moet hervinden, evenals Irak dat zich moeizaam inspant om de gehoopte vrede en stabiliteit te bereiken.  Tegelijk stel ik de betekenisvolle vooruitgang vast die bereikt werd in de dialoog tussen Iran en de 5+1 Groep over de nucleaire kwestie.

De manier om openlijke geschillen op te lossen, moet de diplomatieke weg zijn van de dialoog. Het is de eminente weg die paus Benedictus XV reeds met helder inzicht heeft aangewezen toen hij de verantwoordelijken van de Europese Naties uitnodigde om “de morele kracht van het recht” te laten heersen boven de “materiële kracht van de wapens” om een einde te maken aan deze “nutteloze ramp” die de Eerste Wereldoorlog was, waarvan dit jaar de honderdste verjaardag herdacht wordt. Er is “moed nodig om verder te zien dan de bovenkant van het conflict” en om de anderen in hun diepste waardigheid te zien, zodat eenheid het conflict beheerst en “gemeenschap binnen de verscheidenheid” mogelijk is.

In die zin is het positief dat de vredesonderhandelingen tussen Israëli’s en Palestijnen hernomen werden en het is mijn wens dat de partijen vastbesloten zijn om met de steun van de internationale gemeenschap moedige beslissingen te nemen om een rechtvaardige en duurzame oplossing te vinden voor een conflict waarvan het einde steeds noodzakelijker en dringender lijkt. De exodus van christenen uit het Midden Oosten en Noord-Afrika blijft een zorg. Zij verlangen verder deel uit te maken van het sociaal, politiek en cultureel geheel dat zij mee hielpen opbouwen en zij wensen bij te dragen tot het algemeen welzijn van de samenlevingen waarin zij volledig willen opgenomen zijn, als mensen die vrede brengen en verzoening.

Ook in andere delen van Afrika zijn de christenen geroepen om te getuigen van de liefde en barmhartigheid van God. Men moet nooit het goede weigeren te doen, ook niet wanneer het moeilijk is en men geconfronteerd wordt met onverdraagzaamheid of zelfs echte vervolging. In grote gebieden van Nigeria houdt het geweld niet op en wordt nog steeds veel onschuldig bloed vergoten.
Mijn gedachte gaat vooral naar de Centraal Afrikaanse Republiek waar de bevolking lijdt onder de spanningen die het land doormaakt en die meermaals vernieling en dood zaaiden. Ik verzeker de slachtoffers en talloze vluchtelingen van mijn gebed; zij worden gedwongen in armoede te leven; ik wens dat de aandacht van de internationale gemeenschap bijdraagt om het geweld te stoppen, de rechtsstaat te herstellen en de toegankelijkheid tot de humanitaire hulp te waarborgen, ook in de meest afgelegen gebieden van het land. Van haar kant, blijft de katholieke Kerk haar aanwezigheid en medewerking verzekeren door iedere toegewijde en edelmoedige hulpverlening aan de bevolking en vooral door opnieuw een klimaat te scheppen van verzoening en vrede tussen alle bestanddelen van de samenleving. Verzoening en vrede zijn ook fundamentele prioriteiten in andere delen van het Afrikaanse continent. Ik verwijs vooral naar Mali, waar men een positieve heropbouw vaststelt van de democratische structuren van het land, evenals naar Zuid-Soedan waar de politieke onstabiliteit van de laatste tijd daarentegen reeds vele doden en nieuwe humanitaire nood teweeggebracht heeft.

De Heilige Stoel volgt tevens met grote aandacht de gebeurtenissen in Azië, waar de Kerk de vreugde en verwachtingen wenst te delen van al de volken die op dat uitgestrekte en edele continent leven. Ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de diplomatieke betrekkingen met de Republiek Korea, zou ik van God voor dit schiereiland de gave van verzoening willen afsmeken en wensen dat de betrokken partijen voor het welzijn van heel het Koreaanse volk, gelegenheden voor ontmoeting en mogelijke oplossingen blijven zoeken. Azië kent namelijk een lange geschiedenis van vreedzame samenleving tussen zijn diverse burgerlijke, etnische en godsdienstige componenten. Dit wederzijds respect dient aangemoedigd te worden, vooral ten overstaan van bepaalde zorgwekkende tekens van de verzwakking ervan, in het bijzonder toenemende vormen van afsluiting die om godsdienstige motieven, de neiging hebben christenen de vrijheid te ontnemen en de burgerlijke samenleving in het gevaar te brengen. De Heilige Stoel kijkt daarentegen met grote hoop naar de tekens van openheid die komen uit landen met een grote godsdienstige en culturele traditie, waarmee hij wenst samen te werken voor de opbouw van het algemeen welzijn.

Vrede wordt bovendien verwond door bepaalde ontkenningen van de menselijke waardigheid, in de eerste plaats door de onmogelijkheid zich voldoende te kunnen voeden. Het gelaat van zoveel mensen die honger lijden, vooral kinderen, kan ons niet onverschillig laten als men bedenkt dat elke dag op zoveel plaatsen ter wereld zoveel voedsel verspild wordt, gedompeld in wat ik meermaals de “wegwerpcultuur” heb genoemd. Helaas zijn niet alleen voedsel of overbodige zaken het voorwerp van afval, dikwijls worden de mensen zelf “weggeworpen” alsof zij “nutteloze dingen” zijn. Bijvoorbeeld, alleen reeds de gedachte dat kinderen nooit het daglicht kunnen zien als slachtoffer van abortus, vervult ons met weerzin; of ook kinderen die als soldaat gebruikt worden, of die verkracht of gedood worden in gewapende conflicten, of degenen die een marktartikel zijn in die verschrikkelijke vorm van moderne slavenhandel, namelijk mensenhandel, die een misdaad is tegen de mensheid.

Het drama dat mensen gedwongen zijn te vluchten wegens hongersnood, geweld of misbruik, kan ons niet ongevoelig laten, vooral in de Hoorn van Afrika en in het gebied van de Grote Meren. Velen zijn ontheemd of gevlucht en leven in kampen waar zij niet meer als mens maar als een anoniem nummer beschouwd worden. Anderen ondernemen geluksreizen, in de hoop op een beter leven, die dikwijls genoeg tragisch aflopen. Ik denk in het bijzonder aan de vele migranten die van Latijns Amerika naar de Verenigde Staten gaan, maar vooral aan al degenen die van Afrika of het Midden Oosten toevlucht zoeken in Europa.
Het korte bezoek dat ik aan Lampedusa bracht in juli laatstleden om voor de vele schipbreukelingen in de Middellandse Zee te bidden, ligt nog vers in mijn geheugen. Helaas heerst er algemene onverschilligheid ten overstaan van dergelijke tragedies, een dramatisch teken van het verlies aan “verantwoordelijkheidszin voor onze broeders” waarop heel de burgerlijke samenleving berust. Maar bij die gelegenheid heb ik ook het onthaal en de toewijding kunnen vaststellen van vele mensen. Ik wens dat het Italiaanse volk, dat ik genegen ben, ook omwille van de gemeenschappelijke oorsprong die ons bindt, zijn lovenswaardige inzet voor solidariteit voor de zwaksten en weerlozen zou vernieuwen en dat het met de oprechte en algemene inspanning van burgers en instellingen, de huidige moeilijkheden zou overstijgen door opnieuw een klimaat te vinden van constructieve sociale creativiteit, dat het lange tijd gekenmerkt heeft.

Tenslotte wens ik een andere kwetsuur van de vrede te vermelden, die voortkomt uit de inhalige uitbuiting van de natuurlijke rijkdommen. Al staat de natuur tot onze beschikking, toch schieten we te vaak tekort in respect en beschouwen we haar niet als een kostenloze gave waarvoor we zorg moeten dragen en die we ten dienste moeten stellen van de broeders, ook van de toekomstige generaties.
Ook in dat geval wordt beroep gedaan op ieders verantwoordelijkheid opdat een respectvolle politiek van onze aarde die ieders huis is, in een broederlijke geest zou voortgezet worden. ik herinner me een volksspreuk die zegt: “God vergeeft altijd, wij vergeven soms, de natuur – de schepping – vergeeft nooit wanneer ze mishandeld wordt!”. Anderzijds hebben wij de vernielende effecten voor ogen van sommige recente natuurrampen. In het bijzonder verlang ik nogmaals te herinneren aan de talrijke slachtoffers en de zware verwoestingen in de Filippijnen en andere landen van Zuid-Oost-Azië, veroorzaakt door tyfoon Haiyan.

Excellentie, Dames en Heren,
Paus Paulus VI merkte op: vrede “beperkt zich niet tot afwezigheid van oorlog, het resultaat van een altijd broos evenwicht tussen de machten. Zij wordt dag na dag opgebouwd, door het nastreven van een door God gewilde orde die meer rechtvaardigheid meebrengt onder de mensen”. Dat is de geest die de werking van de Kerk overal ter wereld bezielt, door haar priesters, missionarissen, leken gelovigen, die zich met een grote geest van toewijding, onder andere geven in vele werken van opvoedkunde, gezondheidswezen en bijstand, ten dienste van armen, zieken, wezen en van allen die nood hebben aan hulp en troost. Door deze “liefhebbende aandacht”, werkt de Kerk met alle instellingen mee die het welzijn van het individu en het algemeen welzijn ter harte nemen.
Bij het begin van dit nieuwe jaar verlang ik dus de beschikbaarheid van de Heilige Stoel te vernieuwen en in het bijzonder van het Staatssecretariaat om samen te werken met uw landen om die banden van broederlijkheid in de hand te werken, die de weerkaatsing zijn van Gods liefde en het fundament van eensgezindheid en vrede. Moge de zegen van de Heer overvloedig over u, uw families en  uw volken neerdalen. Dank u.

vert. Maranatha-gemeenschap