2014-01-22 De Naam van Christus schept gemeenschap en eenheid, geen verdeeldheid!

 

Audiëntie

 

Rome (ZENIT.org)

 

De paus wijdde zijn catechese deze woensdag aan de eenheid van de christenen. Hij hekelde de verdeeldheid onder de gedoopten als een “ergernis” die moet “ophouden” en om daaraan te verhelpen, nodigt hij uit de gave te erkennen die God aan de anderen heeft gegeven: “Het is goed de genade te erkennen waarmee God ons vervult en het is nog beter bij de andere christenen iets te vinden dat wij nodig hebben, iets dat wij als een gave van onze broeders en zusters kunnen ontvangen”.

 

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Verleden zaterdag zijn we de Gebedsweek voor de eenheid van de christenen ingegaan, die volgende zaterdag, met het feest van de Bekering van de heilige apostel Paulus eindigt. In dit initiatief dat van grote spirituele waarde is, zijn de christengemeenschappen reeds meer dan honderd jaar betrokken. Het gaat om een tijd die gewijd is aan gebed voor de eenheid van alle gedoopten, overeenkomstig de wil van Christus: “mogen allen één zijn” (Joh. 17,21).

Ieder jaar stelt een oecumenische groep uit een bepaalde streek in de wereld, onder leiding van de Oecumenische Raad van Kerken en van de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen, een onderwerp voor en maakt zij voorbeden voor de Gebedsweek. Dit jaar komen deze voorbeden van de Kerken en Kerkgemeenschappen van Canada en verwijzen naar de vraag van de heilige Paulus tot de christenen van Korinthe: “Is Christus dan in stukken verdeeld?” (1 Kor. 1,13).

Nee, Christus is zeker niet verdeeld. Maar wij moeten eerlijk bekennen en betreuren dat onze gemeenschappen in verdeeldheid blijven leven, wat ergernis geeft. De verdeeldheid tussen ons, christenen, is een ergernis. Een ander woord is er niet: een ware ergernis. “Ieder van u”, schrijft de apostel, spreekt als volgt: “ik ben van Paulus”, “ik van Apollos”, “ik van Kefas”, “ik van Christus” (1,12). Zelfs voor wie Christus als hun Hoofd belijden, heeft Paulus geen enkele waardering omdat zij de Naam van Christus gebruiken om zich in de schoot van de christengemeenschap van anderen te onderscheiden. Nochtans, schept de Naam van Christus gemeenschap en eenheid, geen verdeeldheid! Hij is gekomen om gemeenschap te brengen onder ons, niet om ons te verdelen. Het doopsel en het kruis zijn centrale elementen voor elke christen leerling en wij hebben ze gemeenschappelijk. Verdeeldheid daarentegen verzwakt de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van onze inzet in de evangelisatie en loopt het gevaar de kracht van het kruis tot niets te herleiden (cf 1,17).

Paulus verwijt de Korinthiërs hun onenigheid, maar dankt ook God “voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven. Want in Christus zijt ge, naarmate zijn getuigenis bij u ingang vond, in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis” (1,4-5). Deze woorden zijn niet zo maar een formaliteit, maar het teken – en hij verheugt zich er oprecht over – van Gods gaven aan de gemeenschap. Deze houding van de apostel is een aanmoediging voor ons en voor elke christengemeenschap om Gods gaven in de andere gemeenschappen met vreugde te erkennen. Ondanks het leed dat verdeeldheid te weeg brengt die vandaag nog altijd levendig is, horen wij de woorden van Paulus als een uitnodiging om ons oprecht te verheugen over de genaden die God aan andere christenen verleent. Wij hebben hetzelfde doopsel, dezelfde Heilige Geest die ons genade geeft: erkennen wij dat en verheugen wij ons erover.

Het is goed de genade te erkennen waarmee God ons vervult en het is nog beter bij de andere christenen iets te vinden dat wij nodig hebben, iets dat wij als een gave kunnen ontvangen van onze broeders en zusters. De Canadese groep die de voorbeden voor deze Gebedsweek heeft voorbereid, vragen de gemeenschappen niet na te denken over wat zij aan hun christelijke buren zouden kunnen geven, maar roept hen op om samen te komen om te begrijpen wat zij - iedereen zonder uitzondering – soms van de anderen kunnen ontvangen. Dat vraagt echter iets meer: veel gebed, nederigheid, nadenken en voortdurende bekering. Laten wij op deze weg verder gaan, biddend voor de eenheid van de christenen, opdat de ergernis zou ophouden en ons niet langer zou scheiden.  

 

Vert. Maranatha-gemeenschap