2013-12-31 (di Kt) Of we willen of niet, het zijn onze broeders
Rome (ZENIT.org)

 

De bisschop van Rome sprak in zijn homilie voor de eerste Vespers van het hoogfeest van de Moeder Gods, over de schoonheid van Rome en het leed dat er aanwezig is, en over het engagement van de Kerk en iedereen opdat het in 2014 mooier zou zijn.
Sprekend over vluchtelingen, mensen die aan hun lot overgelaten worden, verhief paus Franciscus even zijn stem toen hij met ontroering zei: “of wij het willen of niet, het zijn onze broeders”.
Hij schudde de gewetens wakker door ieder op zijn verantwoordelijkheid te wijzen: “geen enkel ogenblik van ons leven is voorlopig, doch definitief en elke handeling die wij stellen is met eeuwigheid beladen; het antwoord dat wij namelijk vandaag geven aan God die in Jezus Christus van ons houdt, heeft weerslag op onze toekomst”.

 

Homilie van paus Franciscus op de laatste dag van het jaar

 

De apostel Johannes bepaalt heel duidelijk de huidige tijd: “het is het laatste uur” (1 Joh. 2,18). Deze uitspraak – die voorkomt in de H. Mis van 31 december – betekent dat wij door Gods komst in de geschiedenis, reeds in de laatste tijden zijn, daarna heeft de tweede, de definitieve komst van Christus plaats. Men spreekt hier natuurlijk over de kwaliteit van de tijd, niet over haar kwantiteit. Met Jezus is de volheid van de tijd gekomen, volheid van betekenis en heil. Er zal geen nieuwe openbaring meer komen, wel de volle manifestatie van wat Jezus reeds geopenbaard heeft.
In die zin zijn we reeds in het laatste uur: geen enkel ogenblik van ons leven is voorlopig, doch definitief en elke handeling die we stellen is met eeuwigheid beladen; het antwoord dat wij namelijk vandaag geven aan God die in Jezus Christus van ons houdt, heeft weerslag op onze toekomst. De Bijbelse en christelijke kijk op tijd en geschiedenis is niet cyclisch doch lineair: het  is een weg naar de  voltooiing. Een jaar dat voorbij is, brengt ons dus niet naar een realiteit die eindigt maar naar een realiteit die tot voltooiing komt, het is een bijkomende stap naar het doel dat voor ons ligt: een doel van hoop en geluk, want we zullen God ontmoeten, de reden van onze hoop en de bron van onze vreugde.

Nu het jaar 2013 op zijn einde loopt, verzamelen wij de dagen, weken, maanden die we beleefd hebben, als in een mand om de Heer aan te bieden. En stellen wij ons moedig de vraag: hoe hebben wij de tijd beleefd die Hij ons gegeven heeft? Hebben wij hem vooral voor onszelf gebruikt, voor onze belangen, of hebben wij hem ook aan anderen besteed? Hoeveel tijd hebben wij voorbehouden om “met God te zijn”, in gebed, in de stilte, in aanbidding?

En laat ons, inwoners van Rome, ook denken aan deze stad. Wat is er dit jaar gebeurd? Wat gebeurt er nu en wat zal er gebeuren? Wat is de levenskwaliteit in deze stad? Dat hangt van ons allemaal af! Wat is de kwaliteit van ons burgerschap? Hebben wij dit jaar bijgedragen om de stad volgens onze mogelijkheden leefbaarder, ordelijker, gastvrijer te maken? inderdaad, het gezicht van een stad is een mozaïek  waarvan de stukjes al de mensen vertegenwoordigen die er wonen. Zeker, wie autoriteit heeft, draagt een grotere verantwoordelijkheid, doch iedereen is medeverantwoordelijk. Rome is een stad met een unieke schoonheid. Haar geestelijk en cultureel patrimonium is buitengewoon. En toch, ook in Rome zijn er zo veel mensen die getekend zijn door materiële en morele ellende, arme mensen, ongelukkige, lijdende mensen, die ons geweten aanspreken, niet alleen dat van de publieke verantwoordelijken maar van elke burger. In Rome voelt men misschien sterker het contrast aan tussen de majesteitelijke omgeving, rijk aan artistieke schoonheid en het sociale onbehagen van degenen die het moeilijker hebben. Rome is een stad vol toeristen, maar ook vol vluchtelingen. Rome is vol van mensen die werken maar ook van mensen die geen werk vinden of onderbetaald werk, soms onwaardig werk doen; en iedereen heeft het recht met dezelfde houding van gastvrijheid en billijkheid behandeld te worden omdat iedereen bekleed is met menselijke waardigheid.

Het is de laatste dag van het jaar. Wat zullen wij doen, hoe zullen wij het volgend jaar handelen, om onze stad een beetje beter te maken? Het Rome van het nieuwe jaar zal nog een mooier gezicht hebben als het nog rijker wordt aan menselijkheid, gastvrijheid; als wij allemaal aandachtig en edelmoedig zijn voor wie het moeilijk heeft; als wij weten samen te werken in een constructieve en solidaire geest voor ieders welzijn. Het Rome van het nieuwe jaar zal beter zijn indien niemand er van verre naar kijkt, als naar een postkaart, van op het balkon, zonder zich in te laten met de talrijke menselijke problemen, problemen van mannen en vrouwen die uiteindelijk en van in het begin, of wij het willen of niet, onze broeders zijn. Vanuit dat perspectief, voelt de Kerk van Rome de plicht bij te dragen tot het leven en de toekomst van de stad – het is haar plicht!: de stad bezielen met het gist van het Evangelie, door een teken en instrument te zijn van Gods barmhartigheid.
Vanavond besluiten wij het Jaar des Heren 2013 door Hem te danken en vergeving te vragen, de twee samen, danken en vergeving vragen. Danken wij voor alle weldaden die God verleend heeft en vooral voor Zijn geduld en trouw, die zich in de loop der tijd gemanifesteerd hebben, doch op een bijzondere manier in de volheid der tijden, wanneer “God Zijn Zoon gezonden heeft, geboren uit een vrouw” (Gal. 4,4).

Moge de Moeder van God, in wiens naam wij morgen een nieuwe fase ovan onze aardse pelgrimstocht beginnen, ons leren de mens geworden God te ontvangen, opdat ieder jaar, iedere maand, elke dag vol zou zijn van de eeuwige Liefde. 

 

Vert. Maranatha-gemeenschap