2014-01-06 Heilige sluwheid om gevaren te vermijden

 

Rome (ZENIT.org)

 

Paus Franciscus looft “de heilige sluwheid”, “deze geestelijke geslepenheid die gevaren doet erkennen en vermijden”.
Voor Epifanie, dat in het Vaticaan op 6 januari gevierd wordt, heeft de paus een Mis opgedragen in de Sint-Pietersbasiliek. Na het Evangelie verkondigde de diaken plechtig en in het Latijn de datum van Pasen – 20 april 2014 – en van de grote feesten van het liturgisch jaar.
De Wijzen hebben “op hun terugweg” gebruik gemaakt “van heilige sluwheid”, “zij besloten niet langs het duistere paleis van Herodes te gaan, maar een andere weg te nemen”.
Zo « leren zij hoe niet in de valstrikken van de duisternis te vallen en hoe zich te verdedigen tegen het duister dat het leven probeert te omhullen”.

 

Homilie

« Lumen requirunt lumine ». Deze suggestieve uitdrukking van een hymne uit de liturgie van Epifanie verwijst naar de ervaring van de Wijzen: terwijl zij een licht volgen, zoeken zij het Licht. De ster die aan de hemel verscheen, ontsteekt in hun geest en hart een licht om het grote Licht van Christus te zoeken. Trouw volgen de Wijzen dit licht dat hen innerlijk omhult en zij ontmoeten de Heer.

Op deze weg van de Wijzen uit het Oosten wordt de bestemming van elke mens gesymboliseerd: ons leven is een weg, verlicht om de volheid te vinden van waarheid en liefde, die wij christenen erkennen in Jezus, het Licht van de wereld. En elke mens heeft zoals de Wijzen, twee grote “boeken” ter beschikking waaruit hij de tekens kan halen om zich op zijn pelgrimstocht te oriënteren: het boek van de schepping en het boek van de Heilige Schriften. Het is belangrijk aandachtig te zijn, te waken, naar God te luisteren die tot ons spreekt, die altijd tot ons spreekt. Zoals de psalm zegt, verwijzend naar de Wet van de Heer: “ Een lamp voor mijn voet is uw woord, een schijnend licht op mijn pad” (Ps. 119, 105). Het Evangelie beluisteren, het lezen, erover mediteren en het maken tot ons geestelijk voedsel, laat ons bijzonder de levende Jezus ontmoeten, laat ons van Hem en Zijn liefde leren.

De eerste lezing laat door de mond van de profeet Jesaja, de oproep weerklinken van God in Jeruzalem: “Sta op en schitter!” (60,1). Jeruzalem is geroepen de stad van het licht te zijn, die Gods licht op de wereld weerkaatst en de mensen helpt Zijn wegen te gaan. Dat is de roeping en zending van het volk Gods in de wereld. Maar Jeruzalem kan deze oproep van de Heer verzuimen. Het Evangelie zegt ons dat wanneer de Wijzen in Jeruzalem aankomen, zij de ster een beetje uit het oog verloren waren. Zij zagen haar niet meer. Vooral in het paleis van koning Herodes was haar licht afwezig: dat verblijf is donker; er heerst duisternis, wantrouwen, angst, jaloezie. Herodes toont zich namelijk achterdochtig en bezorgd door de geboorte van een teer Kind dat hij als een rivaal ervaart. In werkelijkheid is Jezus niet gekomen om hem, de arme marionet, omver te werpen, maar wel de Prins van deze wereld! Toch voelen de koning en zijn adviseurs hun machtsstructuren kraken, zij vrezen dat de spelregels keren en de schijn ontmaskerd wordt. Een hele wereld gebouwd op overheersing, succes, hebben en corruptie wordt door een Kind in crisis gebracht! En Herodes komt ertoe kinderen te doden: “ Gij vermoordt wie zwak zijn van lichaam omdat de angst uw hart doodt” – schrijft Quodvultdeus (PL 40,655). Zo is het: hij was bang en door die angst wordt hij gek.

De Wijzen wisten dat gevaarlijk moment van duisternis bij Herodes te overstijgen, omdat zij de Schriften geloofden, het woord van de profeten dat Betlehem aanwees als geboorteplaats van de Messias. Zo ontsnapten zij aan de verdoving van de nacht van de wereld, zij gingen terug op weg naar Betlehem en zagen daar opnieuw de ster, en het Evangelie zegt dat zij “een overgrote vreugde” voelden (Mt 2,10). De ster die men in het donker van het mondaine paleis niet zag.

Een aspect van het licht dat ons op de weg van het geloof leidt, is heilige sluwheid.  Heilige sluwheid is een deugd. Het gaat om die geestelijke geslepenheid die gevaren doet zien en vermijden. De Wijzen wisten het licht van de sluwheid te gebruiken toen zij op de terugweg besloten niet langs het donkere paleis van Herodes te gaan, maar een andere weg te nemen. Deze Wijzen uit het Oosten leren ons hoe niet in de valstrikken van de duisternis te vallen en hoe zich te verdedigen tegen het donker dat het leven probeert te omhullen. Met deze heilige sluwheid hebben zij het geloof bewaard. Ook wij moeten het geloof bewaren. Het behoeden voor deze duisternis. Maar duisternis bekleedt zich dikwijls met licht! Want de duivel, zegt de heilige Paulus, doet zich soms voor als een engel van het licht. Hier is heilige sluwheid nodig om het geloof te bewaren, het te behoeden voor het sirenengezang dat u zegt: “kijk, vandaag moeten we dit doen en dat …”. Geloof is een genade, een gave. We moeten het behoeden met heilige sluwheid, gebed, liefde, met naastenliefde. Het licht van God moet in het hart ontvangen worden en tegelijk moet deze geestelijke sluwheid ontwikkeld worden die argeloosheid en handigheid kan verenigen, zoals Jezus aan Zijn leerlingen vraagt: “weest omzichtig als slangen en argeloos als duiven” (Mt. 10,16).

Op het feest van Epifanie, waarop wij herdenken dat Jezus zich tot de mensheid manifesteert in de gedaante van een Kind, voelen wij de Wijzen, als wijze reisgezellen dicht bij ons. Hun voorbeeld helpt ons de ogen tot de ster te verheffen en de grote verlangens van ons hart te volgen. Zij leren dat wij ons niet mogen tevreden stellen met een middelmatig leven, zonder vleugelslag, maar ons altijd te fascineren door wat goed is, waar en schoon … door God, die dat allemaal tegelijk is en op een steeds grotere manier! En zij leren ons dat wij ons niet mogen laten misleiden door schijn, door wat groot, wijs en machtig is voor de wereld. Daar mag men het niet bij laten. Het is noodzakelijk het geloof te behoeden. In onze tijd is het heel belangrijk, het geloof te behoeden. Men dient verder te gaan, verder dan het donker, verder dan de verlokking van de sirenen, dan de geest van de wereld, dan zo veel moderne dingen; we moeten naar Betlehem gaan, waar in de eenvoud van een huis aan de rand, tussen een mama en een papa vol liefde en geloof, de Zon uit den hoge schittert, de Koning van het heelal. Zoeken wij met onze kleine lichten naar het voorbeeld van de Wijzen, het Licht en bewaren wij het geloof. Zo zij het!

 

Vert. Maranatha-gemeenschap