« Geloof kan alles : het overwint de wereld”, aldus paus Franciscus in de H. Mis van 10 januari in Sint-Martha.

 

“Geloof kan alles: het is de overwinning, het is sterk! Geloof overwint de wereld”. Nochtans, “de Kerk is vol overwonnen christenen, die niet geloven dat het geloof de overwinning is, die dat geloof niet beleven”: “als men dat geloof niet beleeft, is het een aftocht: de wereld, de prins van de wereld, is dan overwinnaar”.

 

Geloof vereist twee houdingen:

Vooreerst "belijden": geloof is God belijden die zich aan de mens heeft geopenbaard vanaf de tijd van de aartsvaders tot op vandaag, de God van de geschiedenis.
Men dient de Geloofsbelijdenis op te zeggen “en te geloven wat men zegt”, niet “als papegaaien” of “half en half”: “heel zijn geloof belijden, zoals het door de traditie tot ons gekomen is”.
Om te weten “of men zijn geloof goed belijdt”, geeft de paus “een teken: wie goed zijn geloof belijdt, en heel zijn geloof, is bekwaam om God te aanbidden”.
“God aanbidden, God loven, is meer dan God iets vragen, meer dan God danken”, zegt de paus die meent dat “de thermometer van het leven van de Kerk op dat punt een beetje laag staat” omdat christenen niet “overtuigd of maar half overtuigd zijn” wanneer ze hun geloof belijden.

 

De tweede houding is “vertrouwen hebben”: “De man of vrouw met geloof, heeft vertrouwen in God: en dat leidt naar hoop”.
“Veel christenen hebben een hoop die te zeer verwaterd is, een zwakke hoop. Waarom? Omdat zij de kracht noch de moed hebben om vertrouwen te stellen in de Heer”.
“Als christenen hun geloof belijden, als zij het bewaren door zich in de Heer aan God toe te vertrouwen, zullen het “christenen” zijn “die overwinnen”.