2014-01-13 (ma 1 dhj) Paus Franciscus, Een groot zondaar kan een grote heilige worden

 

In zijn homilie gaf de paus commentaar bij het Evangelie over de roeping van de vier eerste apostelen: Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes (Mc. 1,14-20).

 

Als die vier personen “hun netten in de steek kunnen laten” om Hem te volgen, is het dank zij “de liefde van God die de weg voorbereidt. Hij maakt geen christenen door spontane verwekking: Hij bereidt voor! Hij bereidt de weg, lang vooraf”.

Zelfs na hun roeping doen de apostelen “onchristelijke voorstellen aan de Heer” en “verloochenen zij de Heer”: “Petrus in hoge mate, de anderen raakten door vrees de kluts kwijt en gingen weg”.
Na Pinksteren gaat de weg verder: “Petrus bijvoorbeeld beging een fout en Paulus moest hem verbeteren”. Reeds in het Oude Testament, was koning David “een groot zondaar, die een grote heilige geworden is”.

De Heer “bereidt” de mensen, de generaties “voor”, en “mengt zich in de geschiedenis, Hij treedt de geschiedenis binnen en trekt de situatie recht, Hij gaat verder met de mens”: “sinds zo vele generaties denkt de Heer aan iedere mens” en in deze lange geschiedenis van “zondaars en zondaressen”, zegt Hij steeds opnieuw: “Ik bemin u met een eeuwige liefde”.
De liefde van God is “eeuwig maar concreet” en doet denken “aan de gevoelens van een echtpaar dat een kind verwacht”. Het is ook een “ambachtelijke liefde” want de Heer “maakt de geschiedenis door ieders weg voor te bereiden”.

Tot slot, nodigt de paus uit God te bidden om “de tederheid van Zijn hart te kennen” door een “akte van geloof”. Een mens zou namelijk kunnen denken: “maar hoe kan de Heer met zoveel mensen aan mij denken?”.  “Hij heeft mijn weg voorbereid, de mijne!”.

 

 

Vert. Maranatha-gemeenschap