2014-01-30 (do 3 dhj) Drie pijlers om beter tot de Kerk toe te behoren:

 

nederigheid, trouw en gebed
Rome (ZENIT.org)

 

Het is goed tot de Kerk te behoren, zegt de paus in zijn homilie van 30 januari, want “zonder de Kerk  is een christen niet te begrijpen”. En hij geeft drie pijlers om dit toebehoren tot de Kerk te verifiëren en versterken: nederigheid, trouw en gebed.

De paus gaf commentaar bij de eerste lezing en benadrukte “het sterke gevoel” van koning David tot “het volk Gods” te behoren, aldus het verslag van de homilie door Radio Vaticaan.
Welk besef hebben wij van ons toebehoren aan de Kerk, voelen wij mee met en in de Kerk?, zo luidt in essentie de vraag van de paus.
En zijn antwoord: “Een christen is niet een gedoopte die het doopsel ontvangt om zijn eigen weg te gaan. De eerste vrucht van het doopsel is u in de Kerk, in het volk Gods te laten opnemen. Een christen is niet te begrijpen zonder de Kerk. Daarom zei de grote paus Paulus VI dat het een dwaze tweedeling is van Christus te houden zonder van de Kerk te houden, naar Christus te luisteren zonder naar de Kerk te luisteren, met Christus te zijn zonder de Kerk. Dat is niet mogelijk. Het is een dwaze tweedeling. De Evangelische boodschap die wij in de Kerk ontvangen en onze heiligheid, dat gebeurt in de Kerk, onze weg ligt in de Kerk. Het overige is inbeelding of zoals Paulus VI zei, een dwaze tweedeling.”
De “sensus Ecclesiae”, de “de Kerkelijke gezindheid” is “precies voelen, denken, willen met de Kerk”.

Vervolgens toonde de paus hoe men dit toebehoren kan vaststellen: er zijn “drie pijlers van dit toebehoren, van deze manier om met de Kerk mee te voelen”.
“De eerste is nederigheid”, die maakt dat wij ons ervan bewust zijn dat wij “in een gemeenschap opgenomen zijn, een grote genade”. Met andere woorden, “iemand die niet nederig is, kan niet meevoelen met de Kerk, hij of zij zal voelen waar hij of zij van houdt. Het is deze nederigheid die bij David te zien is: “Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis?”. Zich ervan bewust zijn dat de heilsgeschiedenis niet met mij begonnen is en bij mijn dood niet zal eindigen. Nee, er is een hele heilsgeschiedenis: de Heer neemt u op, laat u voortgaan, Hij roept u en de geschiedenis gaat verder. De geschiedenis van de Kerk is voor ons begonnen en zal na ons doorgaan. Nederigheid: wij zijn een klein deel van een groot volk dat op weg is naar de Heer”.

De tweede pijler is “trouw”, “die gepaard gaat met gehoorzaamheid”. “Trouw aan de Kerk,  trouw aan haar onderricht, trouw aan het Credo, trouw aan de geloofsleer, deze geloofsleer bewaren. Nederigheid en trouw. Paulus VI herinnerde ons er ook aan dat wij de boodschap van het Evangelie ontvangen als een gave en als een gave moeten doorgeven, niet als iets dat ons toebehoort: het is een geschenk dat wij ontvangen en geven. In deze overdracht, trouw zijn. Omdat wij een Evangelie ontvangen hebben en een Evangelie moeten doorgeven dat ons niet toebehoort, dat van Jezus komt en omdat wij geen eigenaar van het Evangelie mogen zijn – zoals Hij zei -, eigenaar van de geloofsleer die wij ontvingen, om er naar ons welbehagen gebruik van te maken”.

De derde pijler “is een bijzondere dienst”, die van “het gebed voor de Kerk”. Als gewetensonderzoek vroeg de paus: “hoe is ons gebed voor de Kerk? bidden wij voor de Kerk? alle dagen, in de H. Mis, maar thuis niet? wanneer bidden wij?”. Hij nodigde uit “te bidden voor heel de Kerk van heel de wereld”. “Moge de Heer ons helpen op deze weg voort te gaan om ons toebehoren tot de Kerk en onze manier van meeleven met de Kerk, te verdiepen.”

 

Vert. Maranatha-gemeenschap