2014-02-06 (do 4 dhj) De genade vragen in de Kerk, met hoop en als getuige van Christus te sterven

 

Rome (ZENIT.org)

 

De paus mediteerde over het mysterie van de dood en nodigde uit drie genaden aan God te vragen: in de Kerk te sterven, hoopvol te sterven en bij zijn sterven de erfenis na te laten van een christelijk getuigenis.
In zijn commentaar op het boek Samuël dat de dood van koning David vertelt, onderlijnt hij drie punten: David sterft “te midden van zijn volk”. Tot het einde “leeft hij als een lid van het volk van God.  Hij had gezondigd; hij noemt zichzelf “zondaar”, maar hij heeft nooit het volk van God verlaten”, aldus Radio Vaticaan.

De paus actualiseerde deze lezing als volgt: “Zondaar ja, verrader nee! En dat is genade: ten einde toe in het volk van God blijven. De genade hebben te sterven in de schoot van de Kerk, werkelijk in de schoot van het volk Gods. Dat is het eerste punt dat ik zou willen onderlijnen. Vragen ook wij de genade thuis te sterven. Thuis, in de Kerk. Dat is genade. Dat kan men niet kopen. Het is een geschenk van God en wij moeten het vragen : Heer, geef mij het geschenk thuis, in de Kerk te sterven! Zondaars, ja, dat zijn wij allemaal! Maar verraders, nee! Bedorven mensen, nee ! Altijd in de Kerk ! En de Kerk is zodanig moeder dat zij ons zo ook wil, dikwijls besmeurd, maar de Kerk zuivert ons : zij is moeder ! ».

Tweede punt: David sterft “vredig, sereen”, met de zekerheid dat hij “naar de overkant gaat bij zijn vaders”. “Dat is een andere genade: de genade hoopvol te sterven, bewust dat “wij aan de overkant verwacht worden; ons huis, onze familie is ook aan de overkant”, we zullen niet alleen zijn. “En dat is een genade die wij moeten vragen want wij weten dat de laatste ogenblikken van ons leven een strijd zijn en dat de geest van het kwaad de buit wil.”

« De kleine heilige Theresia van het Kind Jezus zei dat er op het einde van haar leven strijd was in haar ziel; wanneer zij aan de toekomst dacht, aan wat haar na de dood, in de hemel, te wachten stond, hoorde zij een stem die zei: ‘maar nee, wees niet dom, het is duisternis die u te wachten staat. Alleen het donker, het niets staat u te wachten!’ Dat heeft zij gezegd. Het is de stem van de duivel, van de demon, die niet wou dat zij zich aan God toevertrouwde. Hoopvol sterven en zich in de dood aan God toevertrouwen! Deze genade vragen. Maar zich aan God toevertrouwen, begint nu, in de kleine dingen van het leven en ook bij grote problemen: zich altijd aan de Heer toevertrouwen! Zo krijgt men de gewoonte zich aan de Heer toe te vertrouwen en groeit de hoop. Thuis sterven en hoopvol sterven”.

Derde punt: de nalatenschap van David. Er zijn “zoveel ergernissen rond erfenissen”, “ergernissen in families, die verdeeldheid brengen”, betreurde de paus. David “laat een erfenis na van 40 jaar bestuur” en een “samenhangend, sterk volk”. “Volgens een gezegde van het volk, moet elke man in zijn leven een zoon nalaten, een boom planten en een boek schrijven: ziedaar de beste nalatenschap!”. De paus nodigde uit zich deze vraag te stellen: “welke erfenis laat ik na voor hen die na mij komen? Laat ik leven na? Heb ik zoveel goed gedaan dat de mensen mij als een vader of moeder zien? Heb ik een boom geplant? Heb ik leven, wijsheid nagelaten? Heb ik een boek geschreven ? ». David laat deze erfenis na aan zijn zoon en zegt : « Gij, wees sterk en toon dat ge een man zijt. Onderhoud de wet van de Heer uw God door Zijn wegen te gaan en Zijn wetten na te komen!”.

De paus besloot: “Dat is de erfenis: het christelijk getuigenis dat wij aan anderen nalaten. En sommigen onder ons laten een grote erfenis na: denken we aan de heiligen die het Evangelie zeer sterk beleefden, die ons de erfenis van een levensweg en een levenswijze nalaten. Ziedaar drie dingen die bij de lezing van deze passage over de dood van David in mijn hart opkomen: de genade vragen een mooie erfenis na te laten, een menselijke erfenis, een erfenis gebouwd met het getuigenis van uw christenleven. Moge de heilige David voor ons die drie genaden verkrijgen!”.

 

 

Vert. Maranatha-gemeenschap