2014-02-14 (vr 5 dhj) Paus Franciscus, Een christen is altijd op weg, nooit immobiel

 

Rome (ZENIT.org)

 

Eén van de kenmerken van een christen is “op weg zijn, ook bij moeilijkheden”: “Een onbeweeglijke christen kan men zich niet indenken: een christen die immobiel blijft, is ziek”, benadrukt de paus.

Op het feest van de HH. Cyrillus en Methodius mediteerde hij over de christelijke identiteit. In zijn commentaar op het Evangelie (Lc. 10,1-9) bemerkte hij dat een christen “gezonden” is: hij is “een leerling op weg, steeds vooruit”.
“Een onbeweeglijke christen kan men zich niet indenken: een christen die immobiel blijft, is in zijn christelijke identiteit ziek. Een eerste houding (kenmerk) van de christelijke identiteit is op weg zijn, ook bij moeilijkheden.”
Een christen moet “verder gaan dan de moeilijkheden” want Christus “roept op naar de kruispunten van de wegen te gaan” en “alle mensen, goeden en slechten” uit te nodigen.

De paus benadrukt een tweede aspect van de christelijke identiteit: christenen zijn gezonden “als lammeren onder de wolven. Een christen “is een lam en moet het blijven”. Hij mag “geen wolf worden”, noch “sluwer proberen te zijn dan de wolven”.
Dat betekent niet dat een christen “idioot” is, maar hij moet de “christelijke sluwheid” beoefenen en als “een lam” blijven: “als ge een lam bent, verdedigt Hij u. Maar als ge u sterk voelt als een wolf, verdedigt Hij u niet, Hij laat u alleen en de wolven zullen u rauw verslinden”, waarschuwde de paus.

Hij voegde er nog een derde aspect van de christelijke identiteit aan toe: “de stijl van de christen is vreugde. Men kan als christen niet op weg zijn zonder vreugde”.
Christenen zijn “mensen die jubelen omdat zij de Heer kennen en de Heer dragen”. Zelfs “bij problemen en moeilijkheden, bij hun eigen fouten en zonden is er de vreugde van Jezus die altijd vergeeft en helpt”.
“Triestige christenen” daarentegen “die altijd klagen”, “bewijzen de Heer noch de Kerk een dienst”: “te veel droefheid en bitterheid leiden naar een christendom zonder Christus, zoals Maria Magdalena die weent bij het graf zonder de vreugde dat zij de Verrezene gevonden heeft”.
De paus roept dus op “het Evangelie met vreugde te verkondigen. En de Heer doet alles”.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap