2014-02-21 (vr 6 dhj) Paus Franciscus, Het geloof is een ontmoeting met Jezus Christus

 

Rome (ZENIT.org)

 

“Het geloof is een ontmoeting met Jezus Christus, met God, daaruit ontstaat het en brengt het u tot het geven van getuigenis”, aldus paus Franciscus.
De paus gaf commentaar bij de eerste lezing, namelijk een passage uit de Brief van de heilige Jakobus over de band tussen geloof en werken.

“Geloof leidt altijd naar het geven van getuigenis. Het geloof is een ontmoeting met Jezus Christus, met God, daaruit ontstaat het en brengt het u tot het geven van getuigenis. Dat is wat de apostel Jakobus wil zeggen: geloof zonder werken, geloof dat voor u geen gevolgen heeft, dat u niet tot het geven van getuigenis brengt, is geen geloof. Het zijn woorden, niets dan woorden”, zegt de paus. 
De paus spreekt over christenen die “de woorden van het Credo dikwijls opzeggen” maar “ze heel weinig in praktijk brengen”, geleerden “die de theologie klasseren volgens een reeks van mogelijkheden, zonder dat die wijsheid concrete weerslag heeft op hun leven”.


In zijn commentaar op de Brief van Jakobus, zegt de paus ook: “Zijn uitspraak is duidelijk: geloof zonder vrucht in het leven, geloof zonder de vruchten van de werken, is geen geloof”.

“Ook wij, wij vergissen ons daar dikwijls in: maar ik heb een groot geloof – horen we zeggen. Ik geloof alles, alles … Doch misschien heeft wie dat zegt, een lauw, zwak leven. Misschien is zijn of haar geloof theorie en leeft hij of zij er niet van. Wanneer de apostel Jakobus over het geloof spreekt, spreekt hij juist over de leer, over de inhoud van het geloof. U kan alle geboden kennen, alle profetieën, alle geloofswaarheden, doch als ze niet in praktijk gebracht worden, door werken, dient het tot niets. We kunnen het Credo theoretisch opzeggen, zelfs zonder geloof, en dat is wat veel mensen doen. Ook de duivel! De demonen weten heel goed wat in het Credo staat en zij kennen de waarheid.” De Brief van de heilige Jakobus zegt: “Gij gelooft dat er één God is? Uitstekend, ook de boze geesten geloven dat en sidderen!”. Het verschil is dat demonen “geen geloof hebben”, want “geloof hebben, betekent  geen kennis hebben”. Geloof hebben, is “Gods boodschap ontvangen” die Christus bracht.

In het Evangelie vindt men “twee openbarende tekens” van wie “weet wat moet geloofd worden doch het geloof niet heeft”: casuïstiek en ideologie.
De “casuïstiek” wordt vertegenwoordigd door wie Jezus vroegen of het geoorloofd is belasting te betalen of wie vroegen welke van de zeven broers de vrouw had moeten huwen die weduwe geworden was.
De “ideologie” wordt vertegenwoordigd door “christenen die het geloof zien als een gedachtesysteem, een ideologisch systeem; ook in Jezus’ tijd waren er. De apostel Johannes zegt dat zij de antichrist zijn, de geloofsideologen, van welk pluimage ook zij.  Toen waren het de  gnostici, maar er zouden vele andere volgen …”.
Zo “zijn degenen die tot casuïstiek of ideologie vervallen, christenen die de leer kennen maar zonder geloof, zoals de boze geesten. Met dit verschil dat de demonen sidderen, zij echter niet: zij leven rustig aan”. 

In het Evangelie zijn er ook voorbeelden van “mensen die de leer niet kennen maar wel een groot geloof hebben”, merkt de paus op en hij citeerde de geschiedenis van de Kananese vrouw die door haar geloof, van Jezus de genezing van haar dochter verkrijgt die bezeten was van een boze geest, en de Samaritaanse die haar hart opent “niet omdat zij abstracte waarheden ontmoet had”, maar “Jezus Christus”. En ook de blinde, door Jezus genezen, en die daarom “door de farizeeën en wetgeleerden ondervraagd wordt tot hij zich heel eenvoudig op de knieën werpt om Degene te aanbidden die hem genezen heeft”. Deze drie voorbeelden “tonen hoe geloof en getuigenis onlosmakelijk zijn”, besluit de paus.


Vert. Maranatha-gemeenschap