2014-02-24 (ma 7 dhj) Paus Franciscus, Wanneer Christus roept, leidt Hij hem naar de Kerk

 

Rome (ZENIT.org)

 

 

“Telkens Christus iemand roept, leidt Hij hem naar de Kerk”, verklaart paus Franciscus. De paus gaf commentaar bij het Evangelie van de dag waar Jezus een door de duivel bezeten kind geneest (Mc. 9,14-29): “Heel die wanorde, deze discussie eindigt met een gebaar: Jezus verlaagt zich, Hij grijpt de hand van het kind”.
Volgens de paus “doen deze gebaren van Jezus nadenken: wanneer Jezus iemand uit de menigte geneest, laat Hij hem nooit alleen. Hij is geen tovenaar, geen waarzegger, geen genezer die geneest en zijn weg vervolgt: Hij laat ieder terug op zijn plaats komen, Hij laat hem niet achter op de weg”.

 

“Deze gebaren van Jezus’ tederheid leren dat iedere genezing, iedere vergeving, de gedoopte steeds opnieuw bij Zijn volk moet brengen dat de Kerk is”: wanneer Christus vergeeft, “laat Hij hem opnieuw thuis komen”. “Jezus navolgen is inderdaad geen idee, het is permanent thuis blijven. En als iedereen de mogelijkheid heeft het huis door zijn zonde te verlaten, bestaat het heil erin terug thuis te komen, met Jezus in de Kerk”.

“Men kan Jezus niet begrijpen zonder het volk Gods. Het is absurd van Christus te houden zonder de Kerk, naar Christus te luisteren maar niet naar de Kerk, Christus te volgen buiten de Kerk” want “Christus en de Kerk zijn één” en “telkens Christus iemand roept, brengt Hij hem bij de Kerk”. Daarom “is het goed dat een kind in de Kerk, de moederkerk, gedoopt wordt”.

De paus sprak over de “heel mooie gebaren van de Heer”: de opwekking van Lazarus, van het dochtertje van Jaïrus, van de zoon van de weduwe van Naïm, het verloren schaap. “Jezus laat altijd terugkeren naar huis, Hij laat iemand nooit alleen op de weg” want “Hij is niet alleen uit de Hemel gekomen, Hij is ook de zoon van een volk. Jezus is de belofte aan een volk en Zijn identiteit is ook lidmaatschap van dat volk, dat sinds Abraham op weg is naar de belofte”.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap