Om te groeien in ‘de kunst van het vieren

(ars celebranti )

 

UW BISSCHOP REKENT OP U ALLEN


Het hoogtepunt van mijn leven als priester en bisschop is zeker de viering van de Eucharistie, bron en climax van het christelijke leven. Het is, in principe, het hart van elk priester-zijn en het is ook daar dat een waarachtig parochieleven wordt gevoed. De liturgische hervorming die het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen stond, was de oorsprong van de opmerkelijke vooruitgang in de ware betekenis van de liturgie. Wij hebben het geluk er ruimschoots voordeel van te mogen genieten. Vanuit dit oogpunt blijft de lezing van de Constitutie Sacrosanctum Concilium, gewijd aan de heilige liturgie, bijzonder actueel. De studie ervan kan zelfs voor ons vandaag enkele leerrijke verrassingen inhouden... Want, laten we het erkennen, bij de uitvoering van deze conciliaire tekst zijn er een aantal misverstanden gerezen. Ernstige ontsporingen zijn er gelukkig slechts sporadisch; gebrek aan smaak en inschatting daarentegen is niet zo zeldzaam.


DE LITURGIE IS DE ZAAK VAN DE GEHELE KERK


In enkele artikelen zou ik graag willen ingaan op sommige punten die onze aandacht verdienen, teneinde op een steeds waardigere wijze het grote sacrament van de Eucharistie te vieren. Gebundeld willen deze artikelen een bescheiden persoonlijke bijdrage vormen tot een van de thema's van het jaar van de sacramenten, met name de Eucharistie. Mijn aanpak zal zeer praktisch en concreet zijn. De inspiratie voor deze pagina's zal uiteraard geput worden uit de teksten van het leergezag van de Kerk. Ze zal bovendien evenzeer gevoed worden door de liturgische ervaring die ik heb opgedaan gedurende de 19 jaar tijdens welke ik vaak herhaaldelijk de 742 parochies en 150 kapelanijen van bet bisdom Namen heb bezocht. Met de kanttekeningen en suggesties van deze pagina's bedoel ik hoegenaamd niet sommige priesters de les te spellen, als waren zij als enigen verantwoordelijk voor het kwaliteitsgehalte van de parochieliturgie. Want de viering van de Eucharistie is een zaak van de gehele Kerk en belangt ons allemaal aan. Door openlijk te spreken, heb ik enkel de bedoeling de aandacht van alle gelovigen van het bisdom te vestigen op dit wezenlijke thema. Het is inderdaad nuttig dat, in het bijzonder wat controversiële kwesties betreft, alle gelovigen en priesters precies weten wat de wensen zijn van de bisschop van bet bisdom en, op een hoger niveau, wat de verwachtingen zijn van de paus en de Universele Kerk.

Het is nog minder mijn bedoeling een sfeer van verklikking te bevorderen, wat zelden goede raad oplevert. Indien u, priester, diaken, leek of godgewijde, bij bet lezen van deze pagina's, meent dat een en ander niet naar behoren verloopt in de gemeenschap die u dient of geregeld bezoekt, praat er dan broederlijk over met uw plaatselijke verantwoordelijken en tracht een wederzijdse overeenkomst te bereiken door u te laten inspireren door de regels van de liturgie. Een beroep op de deken, bet vicariaat generaal, de hulpbisschop of bisschop van het bisdom zou enkel een uitkomst mogen bieden in gevallen van ernstig en aanhoudend misbruik wat zich uitzonderlijk voordoet.

 

HET GAAT OVER DE SCHOONHEID VAN GOD IN DEZE WERELD


Ten slotte, door het in herinnering brengen van een aantal liturgische normen, beoog ik geenszins een verwerpelijke rubricistische mentaliteit aan te moedigen, die enkel leeft van loutere regelgeving zonder ziel. De regels zijn op zich slechts een skelet, zij het essentieel voor de goede werking van het lichaam. Zonder zouden we alleen maar te maken hebben met een onsamenhangende gelatine. Maar een lichaam dat enkel uit een skelet bestaat, zou weinig aantrekkelijk zijn. Ik verwacht dus van mijn medebroeders, priesters en diakens, liturgische ploegen en alle gelovigen, dat ze de regels - en de geest - van de liturgie eerbiedigen, maar dit haast zonder er bij na te denken, vermits zij een tweede natuur geworden zullen zijn. En vergeet nooit dat, om er een prachtig schepsel van te maken, het skelet moet worden omgeven door spieren, zenuwen en huid. Het lijkt wat als dansers in een choreografie. Ze denken amper aan hun skelet, dat er-gelukkig maar- wel is. Hun enige zorg bestaat erin dermate harmonieus te bewegen, dat degenen die de uitvoering zien in dezelfde luchtige genade worden meegevoerd. Het gaat hier enigszins om hetzelfde. Toch voel ik mij verplicht het te hebben over het skelet, maar het wezenlijke van mijn opzet ligt elders. Het gaat hier uiteindelijk over de schoonheid van God in deze wereld en de uitstraling van zijn ware liefde onder ons. Het is om deze reden dat ik op u reken.

 

HET WARME ONTHAAL VAN EEN NOODZAKELIJK GEWORDEN INSTRUCTIE


In § p52 van zijn prachtige encycliek De Kerk leeft van de Eucharistie, kondigde Johannes-Paulus II aan dat hij de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst zou vragen een zeer concrete tekst op te stellen over een aantal praktische punten van de liturgie die in onze tijd onze bijzondere aandacht verdienen. Deze wens werd op 25 maart 2004 vervuld met de publicatie van de Instructie Het Sacrament van de Verlossing. Disciplinair van aard is deze Instructie natuurlijk geen groots, sterk begeesterend document. Het brengt enkel eenvoudigweg een aantal trouw na te leven punten in herinnering, en stelt kort een aantal zorgvuldig te vermijden misstanden aan de kaak. Als we het jammer vinden dat Rome dergelijke teksten uitgeeft, moet men met die klacht verder teruggaan in de richting van de fouten of nalatigheden die, helaas, zulke publicaties noodzakelijk maken. Ook de Bisschoppen van België publiceerden, in het spoor van de Instructie, een praktische gids voor de vieringen, Geroepen om te vieren (Licap, 2004). In wat volgt verwijzen we naar de paragrafen (§) van de meer volledige tekst van Rome.

 

'HET MYSTERIE VAN DE EUCHARISTIE IS TE GROOT OM ER NAAR BELIEVEN MEE OM TE GAAN'


In het Woord vooraf en het eerste hoofdstuk herinnert de Instructie eraan dat het mysterie van de Eucharistie te groot is om zich te kunnen veroorloven er naar believen mee om te springen (zie § 11). De Kerk zelf heeft geen meesterschap over de Eucharistie, die ze van de Heer ontvangt. Geen bisschop, geen priester, geen liturgische ploeg mag zich opstellen als eigenaar van de liturgie. Maar het komt de Apostolische Stoel van Rome en, binnen zekere grenzen, de diocesane bisschop toe, niet naar eigen willekeur de liturgie te regisseren, maar wel de uitoefening ervan te bewaken, trouw aan de traditie die haar oorsprong vindt bij de Heer en de apostelen.

In overeenstemming met wat de Instructie in herinnering brengt (§§ p19 tot 25), heb ik dus de plicht om de aandacht te vestigen op enkele punten waarbij we, naar mijn ervaring, een aantal minder gelukkige of boudweg ongelukkige praktijken dienen bij te sturen. In wederzijdse samenhang hebben de gelovigen van bet bisdom dan ook bet recht dat bun bisschop in deze kwesties openlijk tussenbeide komt en dat hij, dankzij de samenwerking van priesters (zie §§ 29-33) en liturgische ploegen, borg staat voor vieringen in overeenstemming met wat de Kerk uit zorg om getrouwheid aan de Heer (§§ 12 en 24), heeft gewild en tot stand gebracht. Ik vraag u dus om de opmerkingen of rechtzettingen die ik u in deze pagina's liefdevol zal toevertrouwen, welwillend te onthalen. Ik weet wel dat het altijd delicaat is om niet over te komen als iemand die anderen de les wil spellen. Maar, aangezien er een aantal problemen bestaan, is het mijn plicht om, tijdens de enkele jaren die mij zijn toebedeeld, in te grijpen om te verbeteren wat verbeterd kan worden.

 

WAT ONS BINDT, IS NIET ALLEEN EEN RITUELE MAALTIJD, MAAR DE OFFERANDE VAN HET KRUISOFFER


De rode draad van de Instructie is de zorg om een juiste actieve deelname van de gemeenschap aan de liturgie, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de Eucharistie inderdaad de feestelijke dimensie van een heilig gastmaal heeft, maar ook een dimensie van een offer (zie § 38). Wat ons samenbrengt is niet alleen een rituele maaltijd, maar allereerst de offerande van het kruisoffer. Iedereen wordt uitgenodigd om actief deel te nemen aan een liturgie die, volgens haar eigen zending, dit dubbele aspect, namelijk feest en offer tegelijk, in zich draagt (zie § 40). Ik neem mij niet voor hier alle punten die de Instructie behandelt, te weerhouden, doch enkel deze die bepaalde praktijken betreffen, die in sommige van onze West-Europese bisdommen gangbaar zijn. Ik zal mij evenmin houden aan de volgorde van themata, zoals behandeld in de Instructie, maar wel de orde van dienst van de viering volgen. Ten slotte, als afsluiting van deze artikelenreeks, wil ik een paar bedenkingen formuleren die niet opgenomen zijn in de Instructie, met de bedoeling om het feestelijke aspect van onze eucharistievieringen intenser te beleven.

 

+ ANDRE JOZEF LEONARD,
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

 

1 Naast de Constitutie van Vaticanum II en de Algemene Inleiding van het Romeins Missaal, denken we aan de Encycliek De Kerk leeft van de Eucharistie van Johannes-Paulus II (Witte Donderdag2004), aan de Apostolische Brief Blijf bij ons, Heer (oktober2004) en aan de Instructie van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst Het Sacrament van de Verlossing (maart2004).