Het sacrament van het huwelijk (deel 5)

 

 

DE VRUCHTBAARHEID VAN HET VERBOND

 

In deze bijdrage zal ik enkel het delicate probleem van de band tussen de echtelijke liefde en de gave van het leven aanraken, en daarbij ook het verantwoord ouderschap belichten. De meer concrete vragen bewaar ik voor het laatste artikel gewijd aan het huwelijkssacrament.

 

DE LIEFDE, BRON VAN LEVEN


Het verbond tussen Christus en de Kerk is een bron van leven. Het is immers in hun wederzijdse vereniging dat de Heer en zijn Bruid ons allen in het nieuwe leven van het Rijk roepen. Daarom spreken we van de Kerk als ‘onze Moeder’. Een christelijke echtelijke liefde zal dus maar authentiek zijn als ze ook in de seksuele vereniging van de echtgenoten de huwelijksvruchtbaarheid weerspiegelt tussen Jezus en zijn Kerk, die op het kruis werd bezegeld.

 

DE ONDERLINGE VERBONDENHEID TUSSEN LIEFDE EN VRUCHTBAARHEID


Deze diepe band tussen huwelijksvereniging en vruchtbaarheid blijkt niet alleen vanuit een christelijk perspectief dat nadenkt over de ultieme betekenis van de menselijke seksualiteit. Ook een zuiver filosofische of psychologische benadering brengt deze aan het licht. Het is immers veelbetekenend dat de liefde van man en vrouw haar bekroning vindt in een daad (de geslachtsgemeenschap) die door haar eigen logica openstaat voor het verwekken van een nieuw leven en die zelfs structureel hierop gericht is. Moeten we dit niet zien als een heel concreet teken, in ons lichaam zelf geschreven, van een essentiële band tussen de liefde en de openheid naar nieuw leven? Jazeker, zowel vanuit het standpunt van de rede als met de ogen van het geloof is er een onlosmakelijke band tussen seksuele liefde en openheid voor het leven.

 

EEN VERANTWOORDE VOORTPLANTING


Het morele vraagstuk van de anticonceptie stelt zich omdat de structurele band tussen liefde en vruchtbaarheid is toevertrouwd aan de vrijheid van de mens. In de dierenwereld volgt voortplanting bij wijze van spreken automatisch uit de blinde drift van het instinct. Bij de mens daarentegen hangt de openheid van de liefde voor het doorgeven van het leven af van de verantwoordelijkheid van de echtgenoten, al is ze ingeschreven in de diepe logica van de seksualiteit. Zo komen we tot de notie van verantwoord ouderschap: het is door tegelijk rekening houden met het ware welzijn van het koppel, het verhoopte geluk van kinderen, de economische en sociale situatie van het gezin en ook met morele eisen van het openstaan voor  de gave van God, dat ouders het leven moeten doorgeven en het aantal kinderen bepalen dat ze zullen ontvangen.

 

DE VERKEERDE IDEALEN VAN DE CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ


Van de standpunten van de Kerk op dit vlak heeft men vaak een karikatuur gemaakt. Alsof ze echtgenoten zou aanraden om het grootst mogelijk aantal kinderen te krijgen dat biologisch haalbaar is voor het koppel! Niets is minder waar. De Kerk nodigt uiteraard uit tot een edelmoedige vruchtbaarheid, maar wel gecontroleerd — dit wil zeggen: met aandacht voor de verschillende aanwezige factoren. Maar het is waar de Kerk, door te hameren op de essentiële openheid van de liefde voor de vruchtbaarheid, de idealen van de consumptiemaatschappij in vraag stelt (zeker vandaag de dag). Die maatschappij beweert met klem dat jonge koppels voor hun eigen geluk en dat van de kinderen die zullen komen, eerst de tijd moeten nemen om met twee gelukkig te zijn, om hun financieel inkomen en hun huiselijk comfort te verzekeren, waarna dan eventueel een kind kan komen. Ons laag geboortecijfer, ver onder wat nodig is voor een loutere vervanging van de vorige generatie, wijst op dergelijke mentaliteit. De gevolgen zijn ernstig: een toenemende vergrijzing met alle gevreesde sociaaleconomische problemen van dien, wat onmiskenbaar kan leiden tot de ondergang van onze maatschappij.

 

DE MIDDELEN VOOR GEBOORTEREGELING


Bij de morele vraag naar een juiste geboorteregeling hangt veel af van de aard van de gebruikte middelen. Zoals steeds in de moraal, volstaan goede bedoelingen niet; men moet immers ook kijken naar de handelwijze waarmee die bedoelingen in de praktijk worden gebracht. Daarom verwerpt het christelijke denken om vanzelfsprekende redenen radicaal abortus als een middel van geboorteregeling. Het is eveneens radicaal tegen vrijwillige sterilisatie, of die nu tijdelijk is dan wel definitief. Sterilisatie drukt inderdaad de weloverwogen wil uit om op lange termijn de seksuele liefde los te maken van elke openheid, ja zelfs gewoon de mogelijkheid tot vruchtbaarheid.

 

NATUURLIJKE EN KUNSTMATIGE METHODES


Het debat is moeilijker wanneer het gaat over andere de meest voorkomende methodes voor geboorteregeling. Het struikelblok in de discussie is het onderscheid dat de Kerk maakt tussen kunstmatige of contraceptieve methodes enerzijds en natuurlijke methodes anderzijds. De Kerk keurt de eerste af, terwijl ze het gebruik van de tweede billijkt.

 

ENKELE VERDUIDELIJKINGEN OVER DE TERMEN


Laten we eerst enkele taalkundige kwesties verduidelijken. Onder ‘kunstmatige’ of ‘contraceptieve’ methodes worden alle methodes verstaan die actief tussenkomen in het verloop van de geslachtsdaad — hetzij ervoor, tijdens of erna - met als bedoeling deze onvruchtbaar te maken. Het gaat hierbij om fysieke, technische, chemische of hormonale middelen. Onder ‘natuurlijke’ methodes verstaan we methodes die de onvruchtbare en vruchtbare periodes in de vrouwelijke cyclus trachten te kennen om zo de seksuele betrekkingen te beperken tot de onvruchtbare periodes. Het gaat hier vandaag vooral om observatiemethodes op basis van gecombineerde indicatoren, die zeer betrouwbaar zijn wanneer ze goed onderwezen en toegepast worden. Deze observatiemethodes zijn doeltreffend om een ongewenste geboorte te voorkomen, maar ook zeer aangewezen voor het tegenovergestelde doel, namelijk om de kansen op een gewenst kind te vergroten.

 

DOEL EN MIDDELEN


De kunstmatige methodes onderscheiden zich van de natuurlijke door de aard van de gebruikte middelen (in het eerste geval een directe ingreep, in het tweede een waarneming), terwijl het beoogde doel in beide gevallen hetzelfde is: namelijk het in de tijd spreiden van geboortes of zelfs het niet krijgen van een kind. Dit herinnert er ons nogmaals aan dat de hele discussie over geboorteregeling essentieel afhangt van de objectieve morele waarde van de gebruikte middelen. Bovendien, als een doel ‘zelfs een goed doel, zoals verantwoord ouderschap’ niet voldoende is om het gebruik van om het even welk middel te rechtvaardigen, volstaat het omgekeerd evenmin om objectief correcte middelen te gebruiken om automatisch op moreel vlak ‘in orde’ te zijn! Een koppel dat vanuit een egoïstische bedoeling hoegenaamd geen kinderen wenst en voortdurend teruggrijpt naar natuurlijke methodes om de vruchtbaarheid te controleren, zou ernstig in tegenspraak zijn met het ideaal van de menselijke en christelijke liefde.
Dit gezegd zijnde stelt zich de vraag waarom de katholieke Kerk zich zo vastberaden verzet tegen kunstmatige methodes of contraceptiva als geboorteregeling. Hier moeten we een duidelijk onderscheid maken tussen wat er echt op het spel staat en de bijkomstigheden.

 

BIJKOMENDE BEZWAREN


Men kan bijvoorbeeld - overigens veer terecht - bezorgd zijn over de erg zware morele gevolgen van een veralgemeend gebruik van contraceptiva, zowel op sociaal als op individueel vlak. Het is namelijk duidelijk dat het systematisch en uiteindelijk gebanaliseerd gebruik van contraceptiva de zedelijke ontaarding aanmoedigt. Het versterkt de mannelijke onverantwoordelijkheid (‘Ze moet maar de pil nemen!’) én de vrouwelijke (‘Met de pil loop ik geen enkel risico!’). Het ondermijnt bovendien de positieve ingesteldheid tegenover het kind (het wordt in de eerste plaats als een bedreiging beschouwd) en het maakt mensen welwillend tegenover abortus (als oplossing wanneer contraceptie tekortschiet), en ga zo maar door. Bovendien is het op politiek vlak voor rijke landen jammer genoeg gemakkelijker en meer winstgevend om arme landen sterilisatieprogramma’s en contraceptiva op te leggen, dan op een positieve wijze mee te werken aan hun economische ontwikkeling. Daarenboven is het bij al deze programma’s zo dat de staat de plaats van de ouders inneemt en hen haar opvatting over kind en gezin voorschrijft.
Al deze bezwaren tegen contraceptie zijn belangrijk, en toch raken ze niet aan de essentie. Men kan immers opwerpen dat het om ‘onrechtmatig’ gebruik van contraceptie gaat. De hoger genoemde bezwaren geven dus geen afdoende argumenten tegen het gematigd gebruik in een concrete situatie. Ook het groeiend wantrouwen tegenover de pil om ecologische redenen raakt niet aan de kern van de zaak. We kunnen ons er wel over verheugen dat door deze verschuiving de profetische waarschuwing van Paulus VI uit 1968 tegen contraceptie voortaan beter aanvaard wordt in sommige milieus, die met reden bezorgd zijn omdat contraceptie (vooral de hormonale) permanent de diepste fysiologische en psychologische mechanismen van de mens aantast. Maar dit zijn ‘hygiënische’ beschouwingen die, hoe belangrijk ook, toch niet de kern behandelen van het morele probleem dat door contraceptie gesteld wordt.

 

DE KERN VAN DE ZAAK IS NIET BIOLOGISCH


Wat is dan de voornaamste reden waarom de katholieke Kerk kunstmatige contraceptie afkeurt, terwijl ze natuurlijke methodes voor geboorteregeling wel aanvaardt? Ook al wekt de woordkeuze de verkeerde schijn, het gaat er niet simpelweg om dat de eerste ‘kunstmatig’ en de tweede ‘natuurlijk’ zijn, in de zin van ‘met respect voor de biologische orde’. Iets ‘kunstmatigs’ is op zich immers niet verwerpelijk! Heel onze cultuur en knowhow berusten op ‘kunstmatigheden’, op ingrepen van de mens in het ‘natuurlijke’ verloop van de dingen. Overigens zijn ook de zogenaamde ‘natuurlijke’ methodes op hun beurt ‘kunstmatig’, omdat men teruggrijpt naar thermometers, naar nauwkeurig onderzoek, enzovoort. Wat de biologische natuur betreft: zij is als dusdanig geen absoluut respect verschuldigd. Integendeel, men zou zelfs kunnen zeggen dat heel de beschaving gebouwd is op het overstijgen van de primitieve eisen van de biologische orde. Eten bijvoorbeeld is voor de mens veel meer dan het opnemen van proteïnen of calorieën…

 

HET GAAT OM EEN GEESTELIJK PROBLEEM


Vanuit het oogpunt van het geloof net als in het licht van een welbegrepen filosofie is de inzet van contraceptie van geestelijke orde. Bij een probleem met evident biologische aspecten (engelen hebben, zoals men weet, geen contraceptieve bekommernissen), gaat het uiteindelijk om de houding van de persoon ten opzichte van de huwelijkspartner, ten opzichte van het mysterie van het leven en de gave van God. Hier zullen we het uitgebreider over hebben in de volgende bijdrage.

 

+ André-Jozef LEONARD,

aartsbisschop van Mechelen-Brussel