Het sacrament van het huwelijk (deel 6)

 

DE VRUCHTBAARHEID VAN HET VERBOND (deel 2)

 

Vanuit het oogpunt van het geloof— zoals in het licht van een welbegrepen filosofie - is de kwestie van het verantwoord ouderschap van geestelijke orde. Bij een problematiek met evident biologische aspecten, gaat het uiteindelijk om de houding van de persoon ten opzichte van de huwelijkspartner, ten opzichte van het mysterie van het leven en de gave van God. Ik behandelde dit vraagstuk reeds in mijn artikel van het novembernummer en verwijs er graag naar terug. In dit artikel zal ik trachten aan te tonen waarom de katholieke Kerk zich zo vastberaden verzet tegen contraceptie, terwijl ze de natuurlijke methodes aanmoedigt. Hierbij legt de Kerk niemand iets op. Hoe zou ze dat ook kunnen? Evenmin veroordeelt ze iemand, vermits enkel God in het hart van mensen kan kijken en de particuliere levensomstandigheden van elk echtpaar kent. De Kerk biedt ieders geweten enkel een ideaal aan.

 

Zijn wij de meesters van het goddelijke plan?


Bij kunstmatige contraceptie plaatsen man en vrouw zich eigenlijk boven de structurele en heel diepe band tussen liefde en vruchtbaarheid. Ze stellen zich op als meesters van deze band, die ze naar eigen believen willen beheersen door vrijwillig de twee betekenissen van seksualiteit los te koppelen. En terwijl ze zich aldus als scheidsrechters gedragen inzake de ultieme betekenis van de seksualiteit, houden de echtgenoten op elkaar te aanvaarden en zich wederzijds te geven naar de volle waarheid van hun tegelijk lichamelijk en geestelijk mens-zijn. De vrouw ontvangt de man, terwijl ze daarbij zijn daad van voortplanting weigert; de man ontvangt de vrouw, terwijl hij de dynamiek van de vrouwelijke seksualiteit ontkent. Gezamenlijk ontvangen man en vrouw elkaar met uitsluiting van elke openheid op, of zelfs maar de mogelijkheid van, de komst van een kind.

 

Of zijn we er de verantwoordelijke beheerders van?


De geestelijke houding die men aanneemt bij het gebruik van de natuurlijke methodes is daarentegen helemaal anders. Ook hier proberen de echtgenoten uiteraard een geboorte te vermijden, maar de morele draagwijdte van de methode die ze aanwenden, is van een totaal andere orde. Ze kiezen er eenvoudigweg voor om zich alleen maar te verenigen op het moment dat de structurele band tussen liefde en vruchtbaarheid onafhankelijk van hun wil opgeheven en zonder uitwerking is. Door dit te doen stellen ze zich niet op als meesters van deze band, maar gedragen ze zich veeleer als bedachtzame dienaren, als verantwoordelijke beheerders van deze band tussen de wederzijdse overgave en de openheid naar het leven toe, die in het diepste wezen van de partners staat geschreven.
Door het gebruik van natuurlijke methodes ontvangen man en vrouw elkaar wederzijds en geven ze zichzelf aan elkaar met respect voor hun hele wezen, dat tegelijk geestelijk en lichamelijk is. De vrouw verwelkomt de man met zijn concrete seksualiteit, de man aanvaardt de vrouw met haar karakteristieke ritme. Gezamenlijk ontvangen man en vrouw elkaar, terwijl ze wel vermijden om een nieuw leven te verwekken, maar zonder deze weigering in te schrijven in de structuur zelf van de echtelijke daad die ze stellen.

 

Het ‘neen’ tegenover het leven niet in het hart van de seksualiteit plaatsen


Zij proberen inderdaad door middel van natuurlijke methodes een onvruchtbare seksuele betrekking te hebben, maar zonder de vruchtbaarheid uit het geheel van hun echtelijk leven te bannen en vooral precies dit is doorslaggevend zonder dat deze tijdelijke (en soms blijvende) uitsluiting van het kind de natuur zelf van de seksuele daad, als gezamenlijke uitdrukking van de gave van de partners en van de openheid voor het leven, verstoort. Anders gezegd: wat moreel negatief is, is het vrijwillig plaatsen van het ‘neen’ tegenover het leven binnen de structuur zelf van de mannelijke of vrouwelijke seksualiteit, en niet het hebben van fysieke betrekkingen die, om aannemelijke redenen, feitelijk onvruchtbaar zijn. Anders zou men moeten besluiten dat bejaarde of onvruchtbare koppels geen authentieke seksuele betrekkingen mogen hebben!
Uitgaande van deze overwegingen die de kern van de problematiek raken, is het mogelijk om andere morele elementen te bekijken, die van belang zijn bij de keuze tussen de kunstmatige contraceptie en de natuurlijke methodes.

 

Verantwoordelijkheid niet gelijkstellen met overheersing!


Door een technische mentaliteit zijn we gewoon om verantwoordelijkheid en overheersing met elkaar gelijk te stellen. Alsof het vrij zijn in het gebruik van de dingen zou bestaan in de heerschappij ervan. We beginnen stilaan in te zien tot welke problemen een dergelijke opvatting van vrijheid leidt. Ook als het om de fysieke natuur gaat, begrijpen we eindelijk dat verantwoordelijkheid ook respect betekent. Als we doorgaan met het mismeesteren van ons milieu, zal dat ons uiteindelijk doden. Dit geldt a fortiori wanneer het gaat over de geestelijke natuur van de mens en de seksualiteit! Bij contraceptie drukt het verantwoord ouderschap zich eenzijdig uit door beheersing. Bij natuurlijke methodes drukt ze zich ook - en zelfs in de eerste plaats - uit door luisterbereidheid en beschikbaarheid.

 

Waarin bestaat de echte vrijheid?


Om het hoogst menselijke en morele probleem van de geboorteregeling op te lossen, wentelt contraceptie de verantwoordelijkheid van de vrijheid af op een voorwerp of een chemisch product. Natuurlijke methodes vragen een waar engagement van de vrijheid, omdat die een zekere zelfbeheersing vergen, die juist veel verrijkender is dan het innemen van een pil. Anders gezegd: door de natuurlijke methodes beheren de echtgenoten op een echt persoonlijke en menselijke wijze hun totale seksualiteit, in haar dubbel opzicht van liefde en vruchtbaarheid. Bij contraceptie daarentegen stellen ze zich tevreden met het controleren van de biologische gevolgen van hun seksuele daden.

 

Een oprecht engagement van de twee echtgenoten


Vanuit het oogpunt van de harmonie en de eenheid binnen het koppel werkt contraceptie veelal in één richting. Het is de vrouw die gedurende jaren onder hormonale voogdij geplaatst wordt. Zij moet de gekende en ongekende bijwerkingen dragen, terwijl de man vrij is van elke bekommernis. Het volstaat dat hij erover waakt dat zijn partner zich houdt aan haar contraceptieve methode. Aanvankelijk opgevat om de vrouw te bevrijden, leidt de pil tot een nieuwe en meer subtiele afhankelijkheid. De natuurlijke methodes vergen daarentegen overleg van beide echtgenoten. De beide partners moeten hun eigen lichaam en dat van de ander leren kennen in wederzijdse ontvankelijkheid en respect. Beiden dragen samen de permanente zorg om hun liefde het meest adequaat uit te drukken en om hun vruchtbaarheid te beheren. De getuigenissen van koppels die natuurlijke geboorteregelingmethodes toepassen, zijn sprekend en vaak zelfs aangrijpend: het gebruik van deze methodes heeft hun liefde verruimd en hun seksuele leven verdiept.

 

Waarom ziet men nog steeds op tegen natuurlijke methodes?


Hoewel de kennis en het gebruik van natuurlijke methodes er in het Westen op vooruitgaan, ziet men er in heel wat medische en zelfs kerkelijke milieus tegen op. Men kan dit tot op zekere hoogte begrijpen. Eerst en vooral is het voor sommigen lastig om toe te geven dat de Kerk op dit punt echt profetisch was, terwijl men haar er net van beschuldigde ouderwets te zijn. Vervolgens is het op korte termijn altijd gemakkelijker om met een voorschrift naar een apotheker te gaan, liever dan zich vertrouwd te maken met een methode die een beroep doet op het verstand en de wil. Tenslotte mogen we niet vergeten dat bij chemische contraceptie grote financiële belangen in het geding zijn, terwijl natuurlijke methodes op een levenswijsheid berusten die, ver van elke medisch-farmaceutische bevoogding, van koppel op koppel, van vrouw op vrouw, van moeder op dochter doorgegeven wordt, waarbij men leert verantwoordelijk te zijn voor zichzelf en verantwoordelijkheid op te nemen voor de ander.

 

Enkele gangbare bezwaren


Men kan opwerpen dat de natuurlijke methodes niet voldoende zeker en te ingewikkeld zijn. Daarbij miskent men de hoge betrouwbaarheid van de recente methodes, als ze correct aangeleerd en gebruikt worden, én de talrijke mislukkingen van de contraceptieve technieken, met inbegrip van de hormonale. Men vergeet daarbij ook dat natuurlijke methodes met succes ingang vinden, zelfs bij weinig ontwikkelde bevolkingsgroepen en mensen met een lage levensstandaard.
Men oppert ook wel eens dat natuurlijke methodes ondoelmatig zijn voor koppels die absoluut niet klaar zijn voor enige vorm van zelfbeheersing. Het klopt dat heel wat jongeren, al dan niet door hun schuld, helemaal niets afweten van de kuisheid, dit wil zeggen het menselijke en op een verantwoorde manier beheren van het seksuele verlangen. Ze zijn een onmiddellijke en anarchistische seksualiteit gewoon, of men heeft hen hieraan gewoon gemaakt. In deze menselijkerwijze betreurenswaardige situaties, die zeer vaak voorkomen, zou de oplossing van contraceptie, in heel wat gevallen, subjectief gezien ‘een minder kwaad’ kunnen lijken, in vergelijking met echtelijke ontrouw, het uit elkaar vallen van het koppel, te veel kinderen of abortus. Maar contraceptie blijft, zelfs dan, een objectief ‘kwaad’ waarvan men zich door een gepaste opvoeding kan bevrijden.

 

Noodsituaties


Resten nog de noodsituaties. Ik denk hier in het bijzonder aan vrouwen die her slachtoffer zijn van een onverantwoordelijke echtgenoot (alcoholist, losbandig) die hen niet respecteert en die er, omwille van het genot, niet voor terugdeinst hen een zwangerschap te bezorgen die duidelijk niet gewenst is. In deze gevallen is het wel duidelijk dat de vrouw zich - als ik de uitdrukking mag gebruiken - in een staat van wettige zelfverdediging bevindt, en dat contraceptie haar rechtmatige vrijheid kan en moet garanderen. Eigenlijk gaat het in dit geval niet langer over contraceptie, want deze laat zich niet louter definiëren als het innemen van een pil, maar ook als het vrijwillig loskoppelen van de band tussen seksuele liefde en openheid voor het leven. Hier echter gaat om een bescherming tegen de band tussen geweld en vruchtbaarheid, wat iets heel wat anders is, en dus niet langer over anticonceptie in strikte zin.
De Heer vraagt ons door zijn Kerk om liefde en vruchtbaarheid niet radicaal los te koppelen, maar wanneer er geen liefde is en de vrouw bij wijze van spreken verkracht wordt (al is het door haar man), is ze er vanzelfsprekend niet toe gehouden om haar vruchtbaarheid te vrijwaren. Het is de band tussen vruchtbaarheid en liefde die moet gerespecteerd worden, niet  die tussen vruchtbaarheid en alcohol of de blinde brutaliteit van het instinct! Voor een meer gedetailleerde behandeling van al deze problematieken verwijs ik graag naar mijn boek ‘Ton corps pour aimer’.

 

+ André-Jozef Léonard,
aartsbisschop van Mechelen-Brussel